Een jaar na zijn overlijden, schrijft Eva een brief aan haar zoontje Joël

Een jaar na zijn overlijden, schrijft Eva een brief aan haar zoontje Joël (3). Ze denkt terug aan zijn korte leven. Zijn opgewekte karakter en vrolijkheid, ondanks de pijn die hij vaak gehad moet hebben. Ze vertelt hoe verdrietig zij en zijn vader vaak zijn. Maar ook hoe hun leven en dat van zijn broer en zusje, weer doorgaat. Zonder hem, maar altijd met hem in gedachten.

Lieve Joël, lieve boef,

Het is alweer een jaar geleden dat jij ons verliet. Het is niet te bevatten wat tijd doet, nu we jou moeten missen. Als mensen er naar vragen, zeg ik: ‘Een jaar al, of een jaar nog maar?’ Ik weet niet goed of ik dat nu lang of kort moet vinden, Joël.

Denkend aan hoe lang jij bij ons bent geweest, dan was dat maar drie en een half jaar. Maar toch heb jij in die drie en een half jaar zo veel gegeven. Je hebt een heel leven gestopt in die korte tijd.

‘Met elkaar konden wij de wereld aan’

12 april 2016, 1:51 uur. Jij werd geboren, gewoon bij ons thuis in de slaapkamer. Het was zo ontspannen. De volgende ochtend maakten we jouw broer wakker. “Is Joël eruit gekomen?”, vroeg hij. Wat waren jullie gek op elkaar. Noah kon heerlijk met jou knuffelen en al snel beloonde jij Noah als persoonlijke clown met een dikke vette glimlach. En ik? Ik was mega-gelukkig! Met elkaar konden wij de wereld aan.

Joël was een vrolijk ventje

‘Diertjes vond jij prachtig’

Jij ontpopte je als een supervrolijk ventje. Lief voor iedereen, vooral voor diertjes. Wat vond je die prachtig. Lekker buiten zijn was jouw favoriet, weet je nog? Het bos, het strand, het park of de tuin. Jij wandelde, fietste en speelde uren in de zandbak. Ik besef nu wel eens dat ik daar destijds veel te weinig van heb genoten.

Lachen

Het kinderdagverblijf vond jij geen probleem. Zodra je daar aankwam, zwaaide je me vrolijk uit. En als ik je weer kwam halen, ging je gewillig met me mee. Het leek of jij alles prima vond, alles leuk. Zelfs toen je ziek was.

Ook al moesten we die periode elke week wel een paar dagen in het ziekenhuis blijven, jij was altijd vrolijk. Je zag het als een uitje en vond iedereen lief en aardig. Papa en ik bedachten ons deze week hoe vaak jij je beroerd gevoeld moet hebben, of pijn moet hebben gehad. Maar je bleef lachen en vriendelijk naar alle mensen in witte jassen die jouw kamer binnen wandelden.

Pijn

Op de voorschoolse opvang van Noah ging jij altijd naast je grote broer aan de ontbijttafel zitten. Keurig op een eigen krukje. Wat doet het toch pijn dat je daar uiteindelijk nooit zelf heen hebt kunnen gaan. Jij, hand in hand met je grote broer. Noah zou jou de school hebben laten zien, de juffies, het schoolplein en zijn klasgenootjes. Jij had zelf vriendjes gemaakt en speelafspraken.

Kan je ons zien van boven, lieverd? Noah doet het zo enorm goed. Hij zit al in groep vier en leest ons elke avond voor uit de kinderbijbel. Wat was het leuk geweest als hij dat ook voor jou had kunnen doen.

‘Papa en mama zijn nog wel vaak erg verdrietig’

Anne wordt ook al een flinke meid. Ze heeft, sinds jij weg bent, leren lopen en zegt steeds meer woordjes. Ze kan al zelf eten en doet dat in jouw stoel. Ik denk dat jij heel erg trots geweest zou zijn als je dat allemaal had kunnen meemaken.

Papa en mama zijn nog wel vaak erg verdrietig. Dat jij er niet meer bent, heeft ons leven zo veranderd. We proberen zo goed mogelijk te zorgen voor je broer en zusje en ook van het leven te genieten. Maar wat is dat soms verrekte moeilijk. Bij alles wat we doen, denk ik jou er nog bij. Wat jij ervan zou vinden en of we hetzelfde gedaan zouden hebben als jij bij ons was.

Wij en jij

Maar we krabbelen ook weer op, hoor. We maken er het beste van. Jij gaat op een bepaalde manier toch steeds met ons mee. Papa, mama, Noah, Anne en Joël. Wij en jij, jij en wij.

Ik hou van jou tot de maan, en daar voorbij!

Liefs, mama

Bekijk ook