Blog Patricia | ‘Ik heb alle tijd en voel me alleen’

Patricia ziet hoe andere ouders zich haasten in de regen. Allemaal vlug hun kind ophalen en dan gauw naar huis gaan voor het avondeten. Met heimwee denkt ze terug aan hoe zij zelf druk was om Mikki op te halen. Nu denkt ze: ‘Ik zou alle tijd nemen.’

Een jaar geleden zat daar nog een kleurig kinderzitje

“Het is al laat in de middag als ik klaar ben met werken. Lopend naar mijn fiets kijk ik naar mijn  bagagedrager. Ik ben nog steeds niet gewend aan die lege plek. De plek waar een jaar geleden nog een kleurig kinderzitje zat. Het regent en ik moet wat harder trappen vanwege de wind. Langs mij fietsen mensen met gebogen ruggen, een aantal daarvan met lege kinderzitjes op hun fiets. Hun gezichten zijn gespannen en ze hebben duidelijk haast.

Ik heb alle tijd en voel me alleen

Ik denk aan de naschoolseopvang die inmiddels bijna sluit. Hoe vaak heb ik zelf zo op de fiets gezeten, mopperend over de regen en de race tegen de klok. Ik vraag me af waar Mikki’s regenjas ook alweer is. Niet dat het uitmaakt, want de jas gaat niet meer aan. Gestaag rijd ik achter de haastende ouders aan. Ik heb alle tijd en voel me alleen.

Hoelang geleden?

Hoelang is het alweer geleden dat je blij naar me toe kwam rennen als ik je moe en gehaast op kwam halen van de opvang… Jij, trots op de tekeningen die je die dag weer had gemaakt, teveel om allemaal te bewaren. Hoelang geleden dat jij voordat we naar huis gingen, eerst echt nog even de nieuwe danspassen die je had geleerd wilde laten zien, terwijl ik met mijn hoofd eigenlijk al bij het koken van het avondeten was.

Heimwee

In mijn hoofd heb ik die beelden al ontelbare keren afgespeeld en bedacht wat ik allemaal anders zou doen. Ik zou al je tekeningen samen met jou bekijken en thuis in een mooie bewaardoos leggen. Ik zou alle tijd nemen om naar jouw danspasjes te kijken, voordat je je jas aan moest doen.

Wat had ik nog graag een keer samen met jou in de regen gefietst

Ik voel pijn en spijt van alles dat ik niet meer over kan doen. Dat perfect niet bestaat. Nu fiets ik alleen in de regen en ik hoef  niet te haasten. Ik mis jou en ik denk aan je regenjas. Thuisgekomen duik ik meteen de gangkast in. Onder een paar jassen zie ik ‘m hangen, jouw roze regenjas met gekleurde sterren. Opgelucht dat hij er nog hangt pak ik de mouwen vast. Wat had ik nog graag een keer samen met jou in de regen gefietst… ”

 

Bekijk ook