Blog Sanne | Benauwd door het nieuws

Al het handen wassen, het afstand houden… Het brengt herinneringen naar boven aan de tijd dat Sanne’s dochter Roos zo ziek was. De spanning en angst van die tijd zijn weer voelbaar.

Benauwd

‘Er komt nu een ambulance aan en we zijn dan binnen een half uur in Utrecht. We worden daar al verwacht. Ze bereiden haar komst al voor. We gaan met spoed. Een benauwd kind vervoeren is gevaarlijk. Dit ziekenhuis kan een kind niet beademen en ze moet zo snel mogelijk weg.’

Ik schreef dit 3,5 jaar geleden. Na ons eerste nachtje ziekenhuis en net na de boodschap die we hadden gekregen, van vorige week nog kerngezond, naar Roos heeft leukemie.

Er volgden weken van hoop en wanhoop. Eerst of de behandelingen wel zouden aanslaan. Toen dat na een paar weken zo leek te zijn, mocht ze even mee naar huis. Dat was heel spannend, ze was nog steeds ziek. Ze mocht wel kort naar buiten, maar geen bezoek. Veel handen wassen en alles schoonhouden. Het duizelde me, er kwam een nieuwe angst bij. De angst voor haar lage weerstand en elk verkoudheidje, snottebel en kinderziektes. En ze werd ook thuis snel zieker. Terug in het ziekenhuis moest ze blijven. Haar afweer had het zwaar. De chemo’s werden afgeblazen en er was meer tijd voor herstel nodig. Maar ook dit ging niet goed.

Een simpele schimmel

De laatste drie weken lag ze op de IC te vechten tegen bacteriën en schimmels. Het woord kanker is niet meer genoemd. We hoopten op de opbouw van haar afweer, maar het kwam niet snel genoeg. Haar longen kregen het zwaarder. En uiteindelijk was het teveel voor haar lijf.

‘Ik kon niet geloven dat we echt in deze nachtmerrie zaten.’

Roos overleed zeven weken na haar eerste nachtje ziekenhuis. Ik kon niet geloven dat we echt in deze nachtmerrie zaten. Dat haar zwakke afweer haar fataal was geworden. Dat het alles te maken had met de gevolgen van de behandelingen. Ik had me al die tijd ingesteld op de kanker en het verloop daarvan. Niet op simpele virussen, bacteriën en schimmels.

In deze tijd

Ik moet eraan denken, met het vele handen wassen. Met de afstand tot elkaar en het risico voor mensen met een zwakkere gezondheid. Ik denk terug aan hoe het was. De angst. De spanning, hoe is het vandaag? Wat tref ik aan als ik haar kamer weer binnenstap? De angst om haar te verliezen en hoe iets lijkend simpels haar fataal is geworden. Als Boaz koorts heeft en vraagt: ‘Ga ik nu dood, mama?’ Het nieuws en de heftige beelden van mensen met ademnood. Het komt binnen.

‘Had ik het voor haar nog maar kunnen doen.’

Ik was nog een keer mijn handen. Opnieuw en opnieuw. Had ik het voor haar nog maar kunnen doen, schiet het door mijn hoofd. Maar die angst, de continue spanning dat zou ook in deze tijd verschrikkelijk zijn. Ik zou niet terug willen naar toen. Dat mis ik niet, dat was niet te doen. Ik denk liever aan de mooie momenten samen. Dan mis ik haar en glimlach ik om haar. En in deze tijd heb ik die herinneringen nog even harder nodig.

Bekijk ook