Blog Patricia | De rouw en het verdriet verjaren niet

Het is bijna twee jaar geleden dat Mikki overleed. Patricia pakt haar leven op en doet weer mee. Maar haar hoofd probeert haar van iets te overtuigen, waarvan haar hart weet dat het niet zo werkt. Een onverwachts gesprek leidt tot een mooi inzicht.

Ruim in de tachtig is ze, de dame tegenover me. Ze is erg geschrokken van de val die ze thuis heeft gemaakt en verblijft sinds kort in het verpleeghuis waar ik werk.  Het gaat inmiddels weer beter vertelt ze, al is ze nog erg moe. ‘Begrijpelijk’, antwoord ik. ‘U heeft ook een hoop meegemaakt.’

Daarmee doel ik op de plotselinge verandering van omgeving, waar ze zelf niet voor gekozen heeft. Haar blik is gericht op het theekopje dat voor haar op tafel staat.  Ik lees in haar gezicht de vermoeidheid af, maar haar fijngeknepen ogen stralen nog altijd iets vrolijks uit.

Het verdrietigste

Haar blik wordt zacht als ze plotseling zegt: ‘Het verdrietigste dat ik heb meegemaakt, is het overlijden van mijn zoon, drie jaar geleden. Dat lijkt lang, maar dat is het niet hoor.’ Ik slik even en duw de gedachten aan Mikki weg. Ik ben hier nu voor haar verhaal.

De dame gaat verder en vertelt over mensen uit haar omgeving,  die hetzelfde lot zijn overkomen. Ze hebben allemaal iets gemeen, zegt ze: ‘ Of het nu lang of kort geleden is, of het nu jonge kinderen zijn of kinderen op leeftijd, het gemis blijft hetzelfde. De rouw en het verdriet verjaren niet, net als de liefde. Je neemt het allemaal in je rugzak mee.’

‘Of het nu lang of kort geleden is, het gemis blijft hetzelfde’, vertelt ze

Geraakt door haar woorden praten we verder. Met stralende ogen vertelt ze over de fijne herinneringen aan haar zoon, haar dierbaren en de dingen die ze graag doet.

Dan kijkt ze me weer met kleine pretoogjes aan en zegt: ‘Maar eigenlijk is die veerkracht mijn verdienste niet hoor, want ik ben nu eenmaal zo gebakken dat ik niet bij de pakken neer kan blijven zitten.’ We lachen samen om het woord ‘gebakken’.

Gebakken

Thuis denk ik aan Mikki en vraag me af hoe ik ‘gebakken’ ben. Het is nu bijna twee jaar geleden dat zij overleed. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik haar ‘mama’ hoorde roepen, tegelijkertijd is ze nog in alles aanwezig en nooit ver weg.

Ik ontwijk nog steeds de vraag hoe het met me gaat. Ik wil niet altijd zeggen dat ik nog dagelijks worstel met het gemis. Steeds minder wordt er naar Mikki gevraagd en het beeld van de rouwende moeder lijkt te verdwijnen naar de achtergrond. Ik pak mijn leven op en doe weer mee.  Wordt dat ook niet van me verwacht? Het is immers bijna twee jaar geleden..

Mijn hoofd probeert me van iets te overtuigen, waarvan mijn hart weet dat het zo niet werkt. Ik denk terug aan het laatste deel van het gesprek met de dame uit het verpleeghuis.

 Mijn hoofd probeert me van iets te overtuigen, waarvan mijn hart weet dat het zo niet werkt

Met bewondering voor haar levenslust, zeg ik dat het klinkt alsof ze haar eigen rugzak goed heeft leren dragen. Ze knikt en zegt: ‘Er zit een hoop verdriet in, maar ook veel mooie herinneringen.’

Ik kijk haar aan en hoor mezelf zeggen, dat ook wanneer het dragen van die rugzak zeer doet, ze daar altijd over mag vertellen. Ze glimlacht en geeft me gelijk.

En zo, zonder het te beseffen, geef ik mijzelf dankzij deze mooie oude dame, een hele wijze raad.

Bekijk ook