Blog Eva | Stap voor stap

Na enige twijfel vertrekt Eva voor twee weken naar Curaçao voor een werkopdracht. In het vliegtuig, ver boven de bewoonde wereld, denkt ze aan haar kinderen thuis en haar overleden zoontje Joël. Ze voelt zich nietig. Dan klinkt er een speciaal liedje door haar koptelefoon en vindt ze hernieuwde kracht.

‘Is dit geen leuke opdracht voor je?’ Mijn man leest een vacature voor. Door de ziekte en het overlijden van Joël ben ik tijdelijk gestopt met werken. Het gaat om werk wat ik altijd gedaan heb, maar dan in Curaçao. Ik zal een aantal keer per jaar naar Curaçao moeten vliegen om daar een periode van twee weken te werken.

Alleen

Mijn eerste reactie is dan ook: ‘Echt niet, waarom zou ik tien uur vliegen bij mijn kinderen vandaan?’ Maar naarmate er wat uren verstrijken, verandert er toch wat. Het afgelopen jaar ben ik bijna niet verder dan 500 meter van mijn huis geweest. En hoe gek ik ook op mijn kinderen ben, ik ben bijna nooit even alleen met mijn gedachten.

‘Eef, misschien moet je dit gewoon doen. Dit kan je’, moedigt mijn man me aan. En misschien belangrijker: ‘Dit kunnen wij thuis wel!’ Ik moet even wennen aan het idee dat alles thuis zonder mij ook doordraait, maar uiteindelijk besluit ik het te doen.

Onrust

Ik kijk door het raampje naar buiten. Onder me zie ik een dik pak wolken met af en toe een glimp van de Caribische zee. Voor me op het schermpje staat de vluchtinformatie: 885 km tot aan Willemstad, 6975 tot Amsterdam. 12 191 m hoog. Snelheid 863 km/u. Nu ben ik toch wel erg ver weg van mijn kindjes. Er bekruipt me een gevoel van onrust. Hoewel ik weet dat er goed voor ze gezorgd wordt, denk ik continu aan ze.

‘Waar ben je, ventje?

Ook aan Joël. Ik kan me niet goed inbeelden waar hij nu is. Misschien ben ik op 12 191 meter hoogte wel dichter bij hem dan ooit. Zou de hemel daadwerkelijk boven ons zijn? En zo ja, hoeveel kilometer (of lichtjaren) verder dan dat ik nu “hang” zou dat dan zijn? Ik kijk nog verder naar boven. Blauw. Mooi, maar meer dan blauw zie ik niet. Waar ben je, ventje?

Oneerlijk

Door de grote hoogte besef ik dat we als mensen maar hele kleine wezens zijn. Waarom moest er in dat kleine landje, in een klein dorpje, in dat piepkleine hoofdje een nóg kleiner foutje ontstaan? Een foutje dat zo’n grote invloed heeft op mijn leven? Het voelt verschrikkelijk oneerlijk.

In mijn koptelefoon klinkt het liedje: ‘The next right thing’ van de film Frozen 2.

This grief has a gravity, it pulls me down
But a tiny voice whispers in my mind
You are lost, hope is gone

Deze rouw heeft zwaartekracht, het trekt me naar beneden
Maar een zachte stem fluistert in mijn gedachten
Je bent verloren, hoop is verdwenen

Zo voelt het inderdaad. Die stomme rouw trekt je naar beneden. Het fluistert continu in je oor: ‘Je bent verloren, alle hoop is weg.’

‘Waarom niet?’

Maar naast de vraag ‘waarom?’, rijst ook de vraag ‘waarom niet?’. Wie zijn wij als piepkleine mensjes op deze wereld om te denken dat wij kunnen beslissen wie er wel ziek wordt en wie niet? Dat kan niet! Hoe graag ik ook zou willen dat ik dat veranderen kan.

Even later klinkt het:

But you must go on
And do the next right thing
Take a step, step again
It is all that I can to do
The next right thing

Maar je moet doorgaan
En doe het volgende goede 
Zet een stap, en nog één
Het is alles wat ik kan doen
Het volgende goede

De landing wordt ingezet, ik klap mijn laptop dicht. ‘Dit kan je Eef’, fluister ik mijzelf toe. Er zijn een heleboel dingen waarover ik geen keuze mag maken. Maar ik kan wel kiezen hoe ik omga met wat mij overkomt. Ik zet een stap en nog één, het is alles wat ik kan doen: ‘The next right thing’.

Bekijk ook