Blog Esther | Rouwen is na zeven jaar nog steeds een hele klus

Esther verwacht dat de sterfdag van Dennis dit jaar minder zwaar voor haar en de kinderen zal zijn. Het is immers al zeven jaar geleden dat hij overleed. Niet dus!

Het is 14 september. Vandaag is het zeven jaar geleden dat Dennis overleed. Zeven jaar alweer, dus zal het vandaag beter moeten gaan. Zoals dat hoort. Zoals het ieder jaar een beetje beter gaat. Volgens ‘kenners’.

Knoop in mijn buik

Als ik mijn ogen opendoe, ontsnapt de eerste traan. Mijn buik voelt raar aan en ik voel me ontzettend moe. Toch moet ik opstaan. Het is 08.00 uur. Over een uur en 3 minuten is het precies zeven jaar geleden. Ik kijk continue op de klok en de knoop in mijn buik wordt erger. Het zou toch met het jaar beter gaan? Niet dus!

09.03 uur

Om 09.03 uur barst ik in tranen uit. Ik ben bang dat ik vergeet hoe het ging, hoe hij rook en hoe hij voelde, maar alles komt in alle hevigheid terug. Als ik mijn ogen sluit, zie ik mijzelf op zijn bed liggen. Mijn hoofd lag op zijn borst. Ik voelde dat het zou gebeuren. Stijn zat naast het bed te spelen met zijn trein. Ik hield hem nog één keer stevig vast en voelde zijn warme lichaam.

‘Met dikke ogen loop ik naar buiten’

Ik droog mijn tranen en met dikke ogen loop ik naar buiten. Even een frisse neus halen en dan weer over tot de orde van de dag. Boodschappen doen. Ik kom een paar bekenden tegen in de supermarkt. Niemand zegt iets. Het lijkt wel of de hele wereld Dennis is vergeten.

Koffiedrinken

Het buiten zijn doet me goed. Ik voel me weer wat sterker en vervolg deze dag als een normale zaterdag. Ik doe een was in de machine en haal een stofzuiger door het huis. Dan ga ik nog even koffiedrinken bij een vriendin. Daar knap ik ook van op.

‘Ik zie aan zijn ogen dat hij al een tijdje aan het huilen is’

Als ik thuiskom, zitten Stijn en Isa allebei op hun kamer. De deuren zijn dicht en ik hoor ze niet. Ik kijk even stiekem om het hoekje bij Stijn. Hij ziet mij niet. Op zijn bed liggen twee enorme fotolijsten met foto’s van Dennis. Hij heeft ze van de muur gehaald en ligt met zijn hoofd op een van de fotolijsten te huilen. Hij houdt zijn knuffeltje vast en ik zie aan zijn ogen dat hij al een tijdje aan het huilen is. Ik ga bij hem op bed zitten en troost hem. Intussen laat ik zelf ook een traan.

‘Mam, laat me!’

Dan loop ik door naar zolder en loop de kamer van Isa in. Ik aai over haar hoofd en vraag hoe het gaat. Ze kijkt me geërgerd aan. ‘Mam, laat me! Er is niets aan de hand, ik voel me prima!’ Ook aan haar ogen zie ik dat ze heeft gehuild. Isa vindt het moeilijk om haar verdriet te tonen, maar haar prikkelbare reactie laat me zien dat ze het zwaar heeft. Ik moet haar met rust laten, maar ik zou haar het liefst troosten.

Alleen bij het graf

Aan het einde van de middag sta ik alleen bij het graf. De kinderen willen niet mee. Weer biggelen de tranen over mijn wangen. Het is me vandaag wel duidelijk geworden dat iedereen op zijn eigen manier aan Dennis denkt en er op zijn eigen manier uiting aan geeft. En het aantal jaren zegt niets over de mate van verwerking. Isa, Stijn en ik hebben vandaag alle drie anders doorgebracht en dat was goed.

Bekijk ook