Blog Ella – Op vakantie zonder mijn zoon

Ella heeft haar zoontje verloren en gaat kort daarna op vakantie. Het is een heftige, confronterende vakantie. Toch is er ook een gedachte die haar rust biedt…

Leeg en eenzaam

Daar zit ik dan. In de stralende zon, op het strand aan de Middellandse Zee in Italië, met mijn lief naast mij. Huilend… Nooit gedacht dat ik me zo enorm leeg en eenzaam kon voelen in zo’n ogenschijnlijk perfecte situatie. Maar het ís niet perfect. Er is een gapend gat: onze zoon.

We zouden deze zomer niet op vakantie gaan, want hij zou eind mei geboren worden. Dat zou dit jaar ons hoogtepunt worden. Of beter gezegd, het hoogtepunt van ons leven. Maar in plaats daarvan gingen we door ‘een dal van diepe duisternis’. Geen wiegje, maar een graf. Geen kraamfeest, maar een begrafenis. Geen kaarten met blauwe vlaggetjes, maar met zwarte rouwranden, die in grote getalen op de mat vielen. Een groter contrast bestaat niet.

En nu zit ik hier. Nog geen maand later dan hij verwacht werd. Er is geen wolkje aan de lucht. De zee en de lucht zijn hemels blauw en ik probeer me te koesteren aan de warmte van de zon. Maar in mijn hart en op mijn gezicht regent het, net als in Nederland.

Schattig peutermeisje

Mijn lief geniet van een schattig peutermeisje dat een paar meter van ons verwijderd met hem flirt, zoals alleen peutermeisjes dat kunnen. Hoe komt het dat hij daarvan kan genieten, terwijl ik van binnen verscheurd word?  ‘Zo één wil ik er ook wel’, zegt hij met een grote grijns. Vanuit het diepst van mijn hart hoop ik dat ik hem dat zal kunnen geven. Ik corrigeer mijn eigen gedachten: ik hoop dat het ons gegeven wordt…

Er lopen twee jonge, slanke Italiaanse vrouwtjes het strand op, met allebei een jongetje van een jaar of 2 aan de hand. Knappe ventjes met prachtige, donkere krullenbosjes. Ik glimlach en tegelijk rolt er een traan over m’n wang. Hoe zou onze zoon eruit hebben gezien als hij zo’n ventje was geworden? Hun moeders doen hen zwembandjes om en de jochies gaan samen in de branding spelen. De moeders settelen zichzelf in de zon en gaan al ratelend in elkaar op. Ik zie getatoeëerde doodshoofden op hun ontblote schouders. Ze roken de ene sigaret na de andere en lijken hun smartphones belangrijker te vinden dan hun zoontjes. Ik kan het niet aanzien. Het maakt me verdrietig, boos en afgunstig, waar ik me direct weer schuldig over voel.

“Hoe zou onze zoon eruit hebben gezien als hij zo’n ventje was geworden?”

Rust

Moe van alle emoties, gedachten en oordelen die in mij de strijd met elkaar aan gaan, richt ik mij op de branding. En ik vind rust als de mooie, bemoedigende woorden van mijn broer in opkomen, die hij mij schreef vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk: “De golven komen met hun typerend geruis aan land. Een oneindig verre horizon, waar talloze bootjes in het niets verdwijnen. Tenminste, dat líjkt zo. Maar ergens voorbij die horizon ligt de kust van Zuid-Engeland, met haar prachtige rotskusten van wit krijt. Door op de kaart te kijken weet ik dat die kust tegenover mij ligt. Maar ik zie er niets van! Zo is het ook met de ‘horizon’ van jouw leven op dit moment. De horizon waar jij tegenaan kijkt staat niet op een kaart uitgetekend, maar staan wel als beloften in de Bijbel. Het mag je hoop en je houvast zijn: de ‘krijtrotsen’ die ergens achter de horizon van ons leven liggen, als ons beloofde land. Daar heeft jouw zoon al zijn plek en zul je hem op een dag weer mogen ontmoeten.”

Wat weet mijn broer dat mooi te zeggen. Gesterkt door zijn woorden, tuur ik naar de overkant van de zee.

Bekijk ook