Daan Westerink | Onzichtbare rouw

Wat als je ouders overlijden terwijl je geen of een slechte band met ze had? Kun je dan wel rouwen? En hoe dan? Daan Westerink noemt dit ‘onzichtbare rouw’.

Jelle mist zijn vader

De ouders van Jelle gaan uit elkaar als hij nog maar heel klein is. Er is dan in de verste verte nog geen sprake van co-ouderschap of van een omgangsregeling, dus wordt hij toegewezen aan zijn moeder. Zo gaat dat. Zijn vader ziet hij in de jaren daarna nog maar sporadisch. En dat is pijnlijk. Hij houdt van zijn vader. Mist hem. Gaat daarom maar zo vaak als hij kan de buurman helpen, die boer is. Praat er met niemand over. Als Jelle 16 is, overlijdt zijn pa. Zijn moeder kan hem niet troosten want ze is nog steeds boos op zijn vader. Vindt hem de grootste engerd op de hele wereld. Dus gaat hij zo vaak als hij kan de buurman helpen met zijn koeien. Mist zijn vader meer dan ooit, maar ja, aan wie kan hij dat kwijt? Niemand ziet zijn verdriet. Onzichtbare rouw.

Jelle wil zelf ook boer worden, tot hij door krijgt dat dit haast onmogelijk is, tenzij je vader ook boer is. Maar de buurman heeft zelf al kinderen. Daarom gaat hij maar bij de televisie werken. Heel erg leuk en afwisselend werk, het brengt hem over de hele wereld. Heel vaak vraagt hij zich af wat zijn vader van hem zou vinden. Bij grote beslissingen blijft hij hopen dat zijn vader meekijkt. Blijft hem missen. Als raadgever. Als baken. Gelukkig verliest Jelle met zijn vader niet het vermogen om vrienden te maken en van iemand te houden. In diepe vriendschappen zoekt en vindt hij zijn vader ten slotte.

Rouw zonder erkenning

Als hij de veertig is gepasseerd, verhuist Jelle van de Randstad naar zijn vriendin op het platteland. In het kleine Twentse dorp zijn de banden hecht en helpen de buren elkaar. En zo staat hij weer regelmatig boeren in de omgeving te helpen. Noaberschap, burenhulp, noemen ze dat daar. Jelle vindt dat heel gewoon. Hij wil al een tijd stoppen met zijn televisiewerk en heeft duizend plannen. Dan doet de buurman hem een voorstel. Hij wil toch iets anders doen? Iets met koeien? Hij heeft de grond. En een groot hart. En zo kan de man die als jongetje zijn dromen in rook op zag gaan na het overlijden van zijn vader zijn dromen toch nog waar gaan maken. Hij wordt boer. En ergens gelooft hij direct dat zijn vader ongelooflijk trots op hem is. En denkt vaak wat zou het mooi zijn om met hem te delen. Maar gelukkig zijn er vrienden in zijn leven waar hij hetzelfde bij voelt.

Er zijn veel kinderen zoals Jelle. En volwassenen. Die na een scheiding of na de dood van een zo geliefde vader, moeder, broer, zus, partner, kind of andere dierbare niet krijgen waar ze zoveel behoefte aan hebben. Erkenning. Liefde. Aandacht. Een luisterend oor. In plaats daarvan ontstaat er bijvoorbeeld ruzie in de familie, soms een breuk die in alles lijkt op een vechtscheiding. Sommige mensen breken dan op den duur. Of ze buigen, zoals Jelle. Tot ze hun eigen balans weer vinden. Drijven verder op een ongelooflijke oerkracht. Omdat ze diep in hun hart weten dat ze er mogen zijn. Omdat hun ouders of een andere volwassenen dat van jongs af aan zeggen. Een groot geschenk.

Rouw na een rotjeugd

Maar als er van jongs af niemand een lichtje op je schijnt. Je er eigenlijk niet mag zijn, of als er geen ruimte is voor je verdriet. Als je geen podium krijgt waar je ouders naast staan te juichen, als niemand tegen je zegt hoe mooi en lief je bent. Er geen troostende armen zijn als het leven tegen blijkt te vallen. Hoe ga je dan verder. Hoe vind je dan weer de kracht?

Monique* is 35 jaar oud en moeder van twee prachtige jongetjes van 3 en 6. Een half jaar geleden is haar vader plotseling gestorven. Twintig jaar geleden stierf haar moeder na een lang ziekbed. Wat ze niet begrijpt is dat ze sinds een maand nachtmerries heeft over haar vader. In die angstdromen komt ook haar moeder ineens weer voorbij, ‘terwijl ik het allang verwerkt hebt dat zij er niet meer is.’ Ze wil weten of het wel normaal is wat ze voelt en waarom ze eigenlijk toch best wel aan het rouwen is.

Monique heeft een rotjeugd. En dat is zachtjes uitgedrukt. Niemand vertelt haar hoe lief ze is, ze krijgt nooit een aai over haal bol bij goede school- of sportprestaties, hoe hard ze ook studeert en hoe ongelooflijk knap ze tijdens turnwedstrijden ook over de ongelijke brug heen stuitert. De moeder van Monique is alleen maar teleurgesteld in het leven. En dagelijks boos op haar dochter. En dat laat ze hardhandig merken. ‘Mama sloeg me. Liefst op plaatsen die de volgende dag verstopt konden worden achter jurkjes of lange broeken.’ Haar vader staat er soms bij en kijkt er alleen naar.

Rouw om ouders die je niet had

Monique kan zich niet herinneren dat er ooit gelachen werd in huis. Het enige lichtpuntje in haar jeugd zijn de woensdagmiddagen, als oma langskomt. Die wiegt haar wel eens in slaap. ’Hoe kan het dat ik zo verdrietig ben terwijl mijn ouders mijn leven verpest hebben? Hoe kan het dat ik ineens weer over mijn moeder droom terwijl ik haar uit alle macht uit mijn leven gedacht heb?’ Ze moet huilen. Volgens haar kun je alleen rouwen als je heel veel van iemand gehouden hebt. ‘Mijn ouders hielden niet van me, hebben me geestelijk en lichamelijk kapot gemaakt, dus kan ik niet verdrietig zijn nu ook mijn vader dood is gegaan’.

Ik vertel Monique dat je na het sterven van je ouders, in normale situaties, rouwt om het verlies van de onvoorwaardelijke liefde van een ouder voor zijn kind. Maar als die liefde van je ouders voor jou er nooit is geweest, of nooit werd getoond, dan betekent dat een definitief afscheid van het kind-zijn, terwijl je nooit echt kind bent geweest. Er zijn veel volwassenen, die dan net als Monique ineens in een heftig rouwproces terecht komen. Je rouwt dan om de ouders die je nooit hebt gehad. De omgeving snapt dit niet altijd. Ook dit is een voorbeeld van onzichtbare rouw.

Moe van onzichtbare rouw

Monique knikt hevig. ‘Ik heb tot zijn dood van alles geprobeerd om toch nog aandacht te krijgen van papa’, zegt ze dan. ‘Ik ben toch altijd bij hem op bezoek gegaan, deed zijn boodschappen, zorgde ervoor dat mijn kinderen hem af en toe zagen, want ja, het was toch hun grootvader. Maar hij kon het niet. Hij heeft nooit kunnen zeggen dat ie van mij of van de kinderen hield. Ik kon nooit iets goed doen. Eigenlijk zou ik opgelucht moeten zijn dat ze nu allebei dood zijn. Maar dat ben ik niet.’

Ze is moe. Van het zo lang knokken voor zichzelf. Aangezien ze zelf een heel betrokken moeder en partner is, zoekt Monique hulp om liever voor zichzelf te leren zijn. Om positiever in het leven te staan. De negatieve stemmetjes die zeggen dat ze niet goed genoeg is, moeten uit haar hoofd.  ‘Hier kan ik niet alleen uit komen. Is dat wel normaal?’ Ik zeg dat het heel normaal is en dat ze heel erg dapper is. En dat het ongelooflijk knap is dat ze ondanks een liefdeloze jeugd nu zoveel liefde kan geven en ontvangen.

 

*De naam Monique is niet haar echte naam.

Bekijk ook