Evera’s dochter Mette (19) overlijdt plotseling na een epileptische aanval

Evera’s jongste dochter Mette (19) overlijdt plotseling na een epileptische aanval. ‘De intense verbondenheid met je kind is plotseling doorbroken. Dat voelt als een enorm gat.’

Mette

‘Hoe gaat het met je?’ Sinds Mette’s dood, vindt Evera Voskuil (58) het een fijne, maar ook lastige vraag. ‘Je ziet aan de buitenkant niet veel meer aan ons. We leiden een normaal leven. We hebben goede banen, een mooi huis, gaan op vakantie, spreken af met vrienden en lachen weer regelmatig. Ik kan blij zijn met een mooie wandeling als de zon schijnt. Maar juist als je blij bent, mis je wat er nooit meer komt. Ons leven komt nooit meer goed.’

De dag dat Evera’s leven en dat van haar man Michel en dochter Nadine voor altijd verandert, is 27 mei 2018. Die zondag gaat Mette’s ochtends nog even terug naar bed. Ze is moe. Waarschijnlijk vanwege het avondje stappen met vrienden om te vieren dat haar havo-eindexamens erop zitten.

Afschuwelijk bericht

Als haar vader rond lunchtijd Mette roept, reageert ze niet. Hij loopt naar haar kamer en ziet Mette op bed liggen, in een rare houding. Het lijkt alsof ze een epileptische aanval heeft gehad. Mette ademt niet meer, maar is nog wel warm. Haar zus Nadine, die geneeskunde studeert, belt 112 en begint Mette daarna meteen te reanimeren.

Even later wordt Mette met kloppend hart, maar buiten bewustzijn met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar houden de artsen haar in een kunstmatig coma, ter voorkoming  van verder hersenletsel. In de vier dagen dat Mettes familie naast haar bed doorbrengt, hopend op herstel en een teken van vooruitgang, wordt duidelijk dat de artsen niets meer voor Mette kunnen doen. Een afschuwelijk bericht.

Omdat Mette een paar maanden voor haar dood een donorcodicil heeft getekend, treffen artsen voorbereidingen voor orgaandonatie. Op donderdagochtend 31 mei stopt de beademing en overlijdt Mette vrijwel meteen, omringd door haar naasten. Nog heel even is er tijd om afscheid te nemen; dan moet Mette mee voor de operatie. Enkele uren later hoort Evera dat Mettes nieren en lever zullen doorleven in drie andere mensen. Een mooi idee, maar het biedt Evera geen troost.

‘Een verschrikkelijke, maar ook indrukwekkende dag’

Mette’s uitvaart vindt plaats op een zonnige dag. Ruim 500 mensen lopen na de dienst achter de kist aan, door het bos, op weg naar de begraafplaats, langs een erehaag van scouts. ‘Een verschrikkelijke, maar ook indrukwekkende en ontroerende dag.’

Uitvaart van Mette

‘Een verschrikkelijke, maar ook indrukwekkende dag’

Epilepsie

Evera denkt terug aan Mette’s geboorte. ‘Ze kwam door een placenta-loslating een maand te vroeg ter wereld, levenloos. Ze moest gereanimeerd worden. We waren natuurlijk heel blij dat ze het gered heeft.’

Mette ontwikkelt rond haar zesde jaar epilepsie, wat waarschijnlijk is terug te voeren op het zuurstofgebrek tijdens haar geboorte. Dat Mette moeite had met leren, hangt volgens haar neuroloog ook samen met haar epilepsie. Dankzij extra begeleiding kan Mette na de basisschool naar het vmbo-tl en de havo.

Evera vertelt dat Mette vroeger een beetje verlegen en onzeker was. Maar gaandeweg gelooft ze steeds meer in zichzelf, mede dankzij scouting. ‘Ze was welpenleidster. De kinderen droegen haar op handen, want ze was heel lief en vrolijk, kon heel gek doen en lekker vies worden in het bos. Daar was ze echt op haar plek en ze is daar helemaal zichzelf geworden.’

Puur en authentiek

‘Een mooie meid. Lang, slank, met prachtig haar. Heel puur en authentiek. Ze gaf niets om make-up, kleding en geld. Ze was ongecompliceerd, vrolijk, leefde met de dag en was heel lief en sensitief voor anderen en ons’, vertelt Evera. Een docente zei over haar: “Mette had de essentie al vroeg te pakken”. Op haar rouwkaart stond daarom: ‘Ze was klaar voor het leven.’

Maar dat leven hield abrupt op. Waarom? Die vraag stelt Evera zich in het begin vaak. ‘Mette was een lieverd en deed geen vlieg kwaad. Waarom mogen klootzakken oud worden en moet Mette dood? Waarom verlangen mensen wier leven naar hun oordeel voltooid is, vergeefs naar de dood, en wordt Mette zomaar uit het leven gerukt? Ik krijg  geen antwoord op die vragen. Haar dood heeft geen enkele zin, geen enkele reden.’

‘We zijn echt door onze familie en vrienden gedragen’

De eerste maanden na Mette’s dood staan Evera, Michel en Nadine in de overlevingsstand. Nadine slaapt bij haar ouders in bed. Ze krijgen veel steun van  andere mensen. ‘We zijn echt door onze familie en vrienden gedragen. Ze kookten voor ons, deden boodschappen, stuurden appjes en kaarten, brachten bloemen, belden. En toen we weer gingen werken, voelde de betrokkenheid van collega’s als een warm bad.’

Mette en haar moeder Evera

Evera: ‘Ik kan niet meer voor Mette zorgen’

De eerste Sinterklaas zonder Mette was verschrikkelijk, herinnert Evera zich. ‘We zijn enorme Sinterklaasvierders, met veel gedichten waarin we elkaar op de hak nemen. Die eerste 5 december, zonder Mette, wilden we niet vieren. Sinterklaas heeft iets joligs en dat was nu volstrekt misplaatst. Dat haar scoutingvrienden ’s avonds toch een paar pakjes met een lief gedicht brachten, was heel ontroerend.’

Kerst

Ook de eerste keer kerst en oud en nieuw zonder Mette waren heel moeilijk. ‘Normaal vieren we kerst met onze kleine familie bij ons thuis. Dat jaar zijn we uit eten geweest, zodat we niet de associatie met die lege stoel zouden hebben.’

Mede voor hun dochter Nadine vieren ze de afgelopen twee jaar kerst toch weer thuis. Met een kerstboom en diner. ‘Het zijn moeilijke dagen, die we toch betekenisvol proberen te maken met hulp van vrienden. Zij slepen ons door veel lastige momenten heen. Door samen iets leuks te doen of te praten over Mette en hoe ons leven nu is. Het is fijn dat dat kan.’

‘Waarom kan Mette daar niet meer fietsen?’

Evera denkt vaak aan Mette. ‘Als ik ’s morgens vroeg wakker ben, zie ik vaak beelden van fijne vakanties met haar, maar ook van haar sterven en de dagen erna. Dan moet ik opstaan en mezelf afleiden, want anders komen die herinneringen te hard binnen.’

Op achteloze, stille momenten is Evera ook vaak in gedachten bij haar dochter. ‘Als ik meisjes zie fietsen, die lijken op Mette, voel ik zo’n intense heimwee naar haar. Waarom kan zij daar niet meer fietsen? Of als in onze vijver in mei de waterlelies opkomen. Mette en ik hadden kort voor haar dood nog benoemd hoe mooi we die vonden. Waterlelies horen sindsdien bij Mette.’

Pannenkoeken

Evera bakte vaak pannenkoeken met Mette, vooral als Michel niet mee at. ‘Ik heb al twee jaar geen pannenkoeken kunnen eten. Het lukt me gewoon niet meer.’

Foto’s bekijken van Mette vindt Evera ook moeilijk. ‘Haar sprankelende, blije aanblik kan ik bijna niet verdragen. Als ik ineens een foto van haar zie, komt ze weer zo levend binnen. Dat is gewoon te veel. Ik wil ook niet van haar dromen. Want dan is ze er even, maar gaat ze ook weer weg. En ik wil niet nog een keer afscheid van haar nemen.’

Tattoo

Om Mette altijd bij zich te kunnen dragen, hebben Evera, Nadine en Michel een tattoo laten plaatsen. ‘Haar naam in haar handschrift. En bij mij staat het moeder-kind symbool er nog bij. Nadine koos Mettes silhouet met een vlecht, omdat zij graag Mettes haar vlocht. De vlecht staat ook symbool voor hun verwevenheid.’

Wat Evera en Michel helpt om met de pijn om te gaan, is erover schrijven, zoals herinneringen of brieven voor familie en vrienden. ‘Zo kan ik mijn gedachten ordenen en gevoelens onder woorden brengen’, zegt Evera. Ook praat het gezin af en toe met een rouwtherapeute. ‘Vooral over we hoe we elkaar als gezin vast kunnen houden.’

‘Ik voel weerstand om het graf letterlijk af te sluiten’

Steun vinden Michel en Evera ook bij Mette’s graf in Zeist, dat ze bijna elke zondag bezoeken. ‘Ze ligt begraven onder een grote rode beuk. Het is fijn om een plek te hebben waar je voor kunt zorgen en naar toe kunt  gaan.’

Mette. Nadine en hun ouders

Evera denkt vaak terug aan de vakanties samen met Mette

Een definitief grafmonument is er nog niet. ‘Ik voel weerstand om het graf letterlijk af te sluiten. Nu staan er planten, bloemen en een metalen hertje dat Evera doet denken aan Mettes dartelheid en ranke, lange benen. ‘En er ligt een kei uit Italië, waar haar naam op  staat. Een goede vriend, die in zijn vrije tijd beeldhouwer is, maakt een beeld voor op haar graf. Dat is bijna klaar.’

Bankje

Een ander plekje waar Evera graag komt, is het bankje in het Zeister bos, vlakbij Mette’s scoutinggebouw. ‘Dat hebben we na overleg met het Utrechts Landschap daar neer mogen zetten. Het staat op een open plek in het bos, ook onder een rode beuk. Hier kwam Mette toen ze zelf nog een welpje was en later als welpenleidster.’

Bezig zijn met een tattoo, het grafmonument, zo’n bankje: ‘Dat zijn dingen die je nog kunt doen voor en rondom Mette. Maar die ook oneindig veel pijn doen’, zegt Evera geëmotioneerd . ‘Het is armzalig surrogaat, maar beter wordt het niet.’

Kracht

Evera kent het verdriet van iemand verliezen. Dertig jaar geleden overleed haar vriend, met wie ze acht jaar een relatie had. ‘Ik was 27 jaar, hij bijna dertig. We waren net aan het werk en klaar met studeren. Hij was kerngezond. Maar tijdens een partijtje squashen viel hij zomaar dood neer. Waarschijnlijk een aneurysma.’

‘Dat was zo schokkend. Ik was toen een paar jaar intens verdrietig. Maar toch voelde ik na een tijdje weer de kracht om door te gaan. Ik was jong en geloofde dat ik nog een kans had om weer gelukkig te worden, om weer een nieuwe partner te vinden.’

‘Er is echt iets kapot in mij’

Hoe anders is dat nu, zegt Evera ‘Dit is echt het ergste. Het is een cliché, maar je kind is een deel van jezelf. Daar stop je heel je ziel en zaligheid in en wil je alles voor doen. Nu valt die moederrol naar haar toe ineens weg. Ik kan niet meer voor haar zorgen, geen leuke spulletjes meer voor haar kopen. Het gemis van Mette zal altijd een enorm gat blijven. Er is echt iets kapot in mij.’

Verdriet

Evera en Michel beseffen dat ze moeten oppassen om niet al hun liefde en betrokkenheid op hun dochter Nadine te projecteren. ‘Zij moet haar eigen leven kunnen leiden. Dat is al moeilijk genoeg, met haar eigen verdriet om haar zus.’

‘Als je tachtig bent, mag je nog steeds om Mette huilen’

Naarmate het langer geleden is dat Mette is overleden, komt het steeds vaker voor dat vrienden niet meer over haar praten. ‘Dat is okay, maar ook een beetje verdrietig. Want daarmee komt Mette verder van het hier en nu af te staan. Terwijl ze in ons leven nog elke dag aanwezig is.’

‘Laatst zei een vriendin: “Als je tachtig bent, mag je nog steeds om Mette huilen.” Toen voelde ik me heel erg gezien en begrepen. Ik doe mijn uiterste best open te staan voor wat er allemaal nog wel de moeite waard is. Maar dat zou niet lukken zonder de erkenning van lieve mensen om ons heen dat dit diepe verdriet nooit echt over gaat.’

Bekijk ook