‘Voor de buitenwereld ben ik weer ‘gewoon’ Marlous, maar het gemis blijft’

Als de moeder van Marlous (37) komt te overlijden, blijft Marlous achter met een groot gemis. Nog geregeld leest ze de laatste app-gesprekken met haar moeder terug op haar telefoon. Maar alles is anders: ‘Ze kan niet meer reageren op Whatsapp. Als de telefoon gaat kan zij het niet meer zijn die belt. En als ik voor de deur van mijn ouders’ huis sta, doet zij niet meer open.’

Het is april 2015 als Marlous tijdens een dagje winkelen ziet dat haar moeder niet zo snel meer loopt. ‘Nou, mam, dat ben ik niet van je gewend’ merkt Marlous vrolijk op. Haar moeder loopt gewoonlijk erg snel. Ze legt uit dat ze last heeft van haar knie, waardoor ze wat minder snel loopt. Er is nog niets waar Marlous of haar moeder zich zorgen over maakt.

Diagnose

In de periode daaropvolgend deelt Marlous met haar omgeving dat ze in verwachting is van haar derde kind. Kort daarna blijkt haar moeder naast pijn in haar knie ook een verdoofd gevoel in haar kaak en pijn in haar ribbenkast te hebben. Ze wordt opgeroepen voor een scan. De diagnose die daarop volgt verandert veel in het leven van Marlous en haar familie. Marlous: ‘Ze bleek overal uitzaaiingen van kanker te hebben en de bron konden de artsen niet vinden’.

Tijdens Marlous’ zwangerschap spelen de zorgen vaak op: ‘Ik vroeg me steeds opnieuw af of ze de bevalling nog wel mee zou kunnen maken.’ Ondanks dat de bron van de uitzaaiingen nog niet gevonden wordt, komen de ziekenhuisbezoeken van Marlous’ moeder even stil te liggen. ‘Het ging een tijdje wonderbaarlijk goed. Ze maakte de kraamtijd mee en kwam zelf met de auto op bezoek’ vertelt Marlous. ‘Eigenlijk zou ze zelfs pas na enkele maanden weer terug moeten komen in het ziekenhuis.’

Invalide

Plotseling kwam daar verandering in: ‘Ze begon zich slechter te voelen en brak haar bovenbeen.’ Als Marlous’ moeder na de breuk met de ambulance meegenomen wordt naar het ziekenhuis, wordt duidelijk waar de uitzaaiingen vandaan komen. Haar moeder wordt, elf maanden na het verschijnen van de eerste klachten, gediagnostiseerd met de ziekte van Kahler. ‘Vanaf die dag was ze invalide.’

Hoewel er goede behandelingen bestaan om te kunnen leven met de ziekte van Kahler, blijkt Marlous’ moeder een zeer agressieve vorm te hebben. Al snel heeft de ziekte zich verspreid naar haar hoofd en gaat ze steeds verder achteruit. In oktober 2017, ruim anderhalf jaar na de eerste diagnose, hoort haar moeder dat de artsen niets meer kunnen doen.

‘Als ik haar bezocht, ging ik sterker bij haar vandaan.’

Marlous: ‘Ze heeft de hele ziekteperiode haar verdriet niet aan mij laten merken. Ze gaf me altijd kracht om door te gaan. Als ik haar bezocht, ging ik sterker bij haar vandaan. Ze had het niet alleen maar over zichzelf en over haar ziekte, ze wilde me juist met een gerust hart naar huis laten vertrekken.’ Deze dag was haar moeder anders: ‘Ze liet merken dat ze verdrietig was, maar gaf ook aan dat het goed was.’

Berichten

‘Tijdens mijn werk, de volgende dag, appte ik mijn moeder. Na een paar uur had ze nog steeds niet gereageerd. Dat zat me niet lekker, ze appte namelijk altijd snel terug.’ Thuisgekomen uit haar werk ziet Marlous een bericht van haar vader op haar telefoon verschijnen: Het gaat niet goed. ‘Toen ik bij mijn ouders thuis aankwam, zag ik het. Het ging inderdaad niet goed.’

Marlous is even stil en vervolgt: ‘Mijn moeder zag heel grauw en kon vrijwel niet meer op haar benen staan. Terwijl ik naar haar keek, dacht ik: Ze glipt ons tussen de vingers door.’ Het ambulancepersoneel dat vervolgens arriveert, concludeert dat ze in haar laatste fase is aangeland. ‘Ze wilden en konden haar wel opnemen, maar de kans dat ze zou overlijden was groot. Het was beter als ze thuisbleef.’

Ik zal er zijn

Geëmotioneerd blikt Marlous terug op de laatste momenten die ze daarna met haar moeder had: ‘Ik bleef slapen in het huis van mijn ouders. Ik in hun bed en mijn vader naast mijn moeder in de woonkamer. Halverwege de nacht riep mijn vader me: “Het eind is nabij”.’ De huisarts die langskwam geeft Marlous’ moeder morfine en een slaapmiddel. Naast het bed in de woonkamer, speelt Marlous’ vader het lied ‘Ik zal er zijn’ van Sela af. ‘Als we dat lied lieten horen, bewoog ze haar benen een beetje. Ondanks dat ze niets meer kon zeggen, kreeg ze dat toch mee.’

Korte tijd later begint haar moeder zwaar te ademen: ‘Samen met mijn drie broers gingen mijn vader en ik rondom het bed staan en zeiden met elkaar het ‘Onze Vader’ op. Ze kwam een beetje naar boven en ik pakte haar hand vast. Terwijl ik haar hand vasthad, zei ik: “Ga maar, mam”. Ik voelde het leven uit haar hand weggaan. Ze was gestorven.’

‘Terwijl ik haar hand vasthad, zei ik: “Ga maar, mam”.’

Hoop

Ondanks het grote gemis dat op die dag zijn intrede doet in het leven van Marlous, heeft ze hoop: ‘Mijn moeder haalde heel veel troost uit het geloof. Ze heeft enorm veel pijn gehad en heel erg geleden. Maar voor haar was het goed, ze wist dat ze op een goede plek kwam.’ Voor Marlous is het geloof van haar moeder een voorbeeld: ‘Ik hoop dat ik haar manier van geloven vast kan houden. Het is zeker niet altijd makkelijk, maar ik weet dat ik haar weer ga zien.’

Heel soms, kort na het overlijden van haar moeder, had Marlous gewild dat het weerzien direct kon komen: ‘Voor mij mocht de wereld wel vergaan, dan was alle ellende voorbij.’ Nu hoopt ze dat, dat moment komt, maar het liefst wat later dan het bij haar moeder kwam. Zij was immers pas zestig.

‘Het is zeker niet altijd makkelijk, maar ik weet dat ik haar weer ga zien.’

‘Het leven gaat weer gewoon door, ik ben inmiddels niet meer ‘de jonge moeder die haar moeder is verloren’. Ik ben voor de buitenwereld weer ‘gewoon’ Marlous. Alles moet weer normaal zijn en ik moet sterk zijn.’ Ze wil en kan het geen plek geven: ‘Daar was mijn moeder me te dierbaar voor’. Wel moet Marlous met het verlies leren leven. Daarbij vindt ze het belangrijk om veel over haar moeder te praten: ‘Ik blijf haar naam noemen en mooie herinneringen ophalen.’

Op de foto bij dit interview is de moeder van Marlous te zien. 

Bekijk ook