Astrid neemt het zoontje van haar overleden zus in huis: ‘Ons gezin heeft een rafelrandje’

Astrid is nog maar drie als haar moeder plotseling overlijdt aan een hartstilstand. Ze blijft achter, samen met haar vader en zusje Judith. Maar ook Judith blijkt een slecht hart te hebben en sterft op haar 35e. De geschiedenis herhaalt zich, want nu groeit haar zoontje Sem ook op zonder moeder. Dan neemt Astrid een groots besluit.

‘Ik ken niemand die liever is dan mijn zus. Ze was zo positief, ging altijd van het goede uit en klaagde nooit, al was haar leven soms best zwaar’, vertelt Astrid.

‘Op de fiets werd Judith ineens onwel en viel bovenop Sem’

De eerste keer dat dit aan het licht komt, fietst Judith met Sem (toen 4) naast haar, naar school. Astrid: ‘Ineens werd ze onwel en viel ze van haar fiets, bovenop Sem.’ Omstanders bellen een ambulance. Sem komt er met wat schrammen vanaf, maar Judith krijgt vanaf

dat moment een hartkastje dat, indien nodig, ingrijpt.

Zussenband

Astrid maakt zich zorgen. Dagelijkse dingen als boodschappen doen en traplopen worden steeds zwaarder voor Judith. Ondanks het hartkastje, blijft de situatie gevaarlijk. Als hun vader sterft, beseft Astrid dat ze haar zus liever dichterbij wilt hebben. ‘Ik wilde meer

helpen met de zorg voor Sem. Hij logeerde al eens per week bij ons. Het was als alleenstaande moeder best pittig voor Judith.’ 

Judith wil dit ook en vertrekt met Sem naar het huis van haar vader. Astrid: ‘Zijn overlijden versterkte onze zussenband. We beseften dat we elkaar nog hadden.’

Dubbel

Judith en Astrid

Zussen Judith en Astrid

Judith beseft dat ze niet oud zal worden. In een schriftje schrijft ze, voor het geval dat, al haar wensen op. Tot aan wie een rouwkaart moet krijgen. Astrid: ‘Twee weken voor haar dood belde mijn zus me op: “Wil je met mij de financiën doornemen?” Achteraf vond ik dat zo dubbel. Want twee weken later belde ik al die instanties opnieuw.’

In die twee weken grijpt Judith’s hartkastje een keer in en voorkomt een hartstilstand. ‘Ik maakte me enorm zorgen’, blikt Astrid terug, ‘wat betekent dit, wat moet ik hiermee? Het ziekenhuis stelde me gerust: het is normaal, daar is zo’n kastje voor.’

De geschiedenis herhaalt zich

Twee dagen later gaat toch mis, vier april 2017. Een collega blijft voor een dichte deur staan, nadat ze meermaals aanbelt omdat ze met Judith heeft afgesproken. Direct belt ze Astrid. ‘Ik wist meteen dat het niet goed zat. Dit was geen miscommunicatie, ze wilde graag naar deze afspraak.’

Eenmaal bij Judith’s huis, werkt de sleutel niet. Astrid: ‘De deuren waren van binnen vergrendeld. Toen wist ik zeker dat ze binnen was.’ De collega klimt via een ladder door een raam dat openstaat en opent zo snel mogelijk de voordeur.

Contrast

Judith met Sem

Judith met haar zoontje Sem

‘Ik vond haar op het bedje van Sem’, zegt Astrid aangeslagen. ‘De levenloosheid zag ik gelijk in haar ogen. Zo’n blik vergeet je nooit meer.’ Het contrast tussen het kleine schattige kinderbedje met daarop haar overleden zus, maakt het extra schrijnend.

Nog in shock moet Astrid direct schakelen. Sem is op school en komt zo thuis. Ze overlegt met de directeur, die vervolgens Sem en Astrids oudste zoon Joerie uit de klas haalt en naar Astrids huis brengt. Daar wacht ze hen op. ‘Dat was verschrikkelijk. Ik zie ze nog staan, aanbellend bij de voordeur.’

‘Dit was het ergste gesprek dat ik ooit heb moeten voeren’

Eenmaal op de bank zegt Astrid tegen Sem (toen 8): ‘“Je weet dat mama een beetje ziek is?” Met zijn grote blauwe ogen keek hij me strak aan. “Is mama dood?”’. Na de bevestiging kan Sem alleen maar heel hard huilen. Astrid: ‘Dit was het ergste gesprek dat ik ooit heb moeten voeren’.

Groots besluit

‘De geschiedenis herhaalde zich’, gaat Astrid verder. ‘Wij zijn zonder moeder opgegroeid en Sem nu ook. Ik weet hoe erg dat gemis is. Voor Sem is dat net zo.’

Omdat Sems vader de zorg niet op zich kan nemen, neemt Astrid een groots besluit: Sem komt bij haar wonen. ‘Mijn man Giel en ik hadden samen een zoon, Levi en uit een vorige relatie had ik Joerie. Ik heb het Giel niet eens echt gevraagd, maar hij heeft er nooit een punt van gemaakt.’

Voorbeeld

Nu heeft Astrid dus drie kinderen: ‘Daar ben ik moeder, tante en voorbeeld voor.’ Ze neemt zich voor niet die verdrietige moeder en tante Astrid te zijn: ‘Ik kies voor het leven en leef voor twee. Soms moet ik mezelf dan echt even terugfluiten.

Dat volle leven betekent dat ze soms weinig ruimte neemt voor haar eigen verdriet. ‘Eerst moest ik dat mannetje opvangen. Thuis was ik wel verdrietig, maar dat zag ik dat jongetje dat nog veel meer verdriet had.’ Astrids unieke situatie maakt dat ze zich soms eenzaam voelt in haar ervaring. ‘Soms mis ik herkenning. Geen ouders meer hebben, je neefje in huis nemen, het zijn geen dingen die spelen in mijn omgeving.’

‘Ik kies voor het leven en leef voor twee. Soms moet ik mezelf terugfluiten’

Astrid praat geregeld met Sem over zijn moeder. Op de dag van Judith’s overlijden heeft Judith haar zoontje nog naar school gebracht. ‘Later vroeg ik hem: “Hebben jullie nog wel een leuke ochtend gehad?”. Gelukkig was dat zo.’

Inmiddels is Sem twaalf en gaat hij volgend jaar naar het voortgezet onderwijs. Astrid: ‘Het wordt een heftig jaar. Op deze basisschool is zoveel gebeurd. Dit is zo’n belangrijke vervolgstap, daar had zijn moeder bij moeten zijn. Aan de andere kant ben ik zo trots op hem! Hij heeft havo/vwo-advies, hij doet het allemaal toch maar.’

Wijsheid

Voor Astrid voelt het alsof Judith er nog is. Wanneer ze zich afvraagt hoe ze iets moet doen, lijkt het alsof ze wordt geholpen. Veel verdriet is er niet, en dat vindt ze soms gek. ‘Dan realiseer ik dat het komt omdat het voor mij niet voelt alsof ze er niet meer is. Er is meer tussen hemel en aarde, dat geloof ik.’

Leven op aarde ziet Astrid als een plan, waar ze iets van probeert te maken. ‘Er zullen hindernissen zijn, maar die zie ik als een opstap naar het volgende.’ Dat ze haar zus weer zal zien, weet ze zeker, zij het op een ander niveau.

‘Als Sem jarig is, wordt hij blij wakker. Maar het volgende moment zijn er tranen, omdat hij iemand mist’

De basis van het gezin is dat er hele mooie dingen gebeuren, maar anderzijds zit er altijd dat rafelrandje. Astrid: ‘Als Sem jarig is, wordt hij blij wakker. Maar het volgende moment zijn er tranen omdat hij iemand mist. Verdriet en trots, het mag er allemaal zijn.’

Astrid, Giel met Levi, Joerie en Sem vooraan

Astrid beseft dat ze zelf kan kiezen hoe ze met iets omgaat: ‘Verdriet en gemis hebben mij nog bewuster gemaakt; ik voel meer, leef intenser. Je beschikt over een soort wijsheid. Ik heb mij niet uit het veld laten slaan, en weet ook dat mijn ouders en zusje dat niet zouden hebben gewild. En dan kijk ik naar mijn gezin en denk ik: we hebben het goed gedaan.’

Bekijk ook