Boaz(24) was één van de vijf mensen op het afscheid van meneer Bouwstra

Bij de uitvaart van meneer Bouwstra waren exact vijf mensen aanwezig. Geen familieleden, geen vrienden, geen warme contacten. Alleen de buren, de schoonmaakster en Boaz Beeuwkes (24); een jonge Zwollenaar die sinds een paar jaar als vrijwilliger af en toe op bezoek ging bij meneer Bouwstra.

Nuttig maken

Bij toeval raakte Boaz verzeild in het leven van Zwollenaar Bouwstra. In het Algemeen Dagblad vertelde Boaz deze week hoe hij onverwacht van heel dichtbij diens dood zou meemaken. Drie jaar eerder ontmoet Boaz meneer Bouwstra. Hij wil zich, na het afbreken van zijn studie, nuttig maken voor de samenleving en wordt via Stichting Hart voor Zwolle gekoppeld aan een kwetsbare inwoner van Zwolle.

‘Moet je voorstellen: je dagen gaan voorbij zonder echt contact met anderen te hebben.’

Rug naar het raam

De eerste keer dat hij meneer Bouwstra bezoekt, valt het Boaz op dat zijn gastheer in een prachtig appartement met dito uitzicht woont, maar dat hij met zijn rug naar het raam zit. In het AD zegt hij hierover: ‘Hij ging nooit naar buiten. Behalve de buren, de werkster en de thuiszorg kwam er niemand langs. Moet je voorstellen: je dagen gaan voorbij zonder echt contact met anderen te hebben. Nooit een telefoontje, of een appje, niemand die vraagt hoe het met je gaat.’

‘Ik wilde niet dat hij zou gaan, maar ik begreep hem tegelijkertijd heel goed.’

De bezoekjes zijn eenrichtingsverkeer. Meneer Bouwstra lijkt geen interesse in andere te hebben. Boaz vertelt: “‘Ik ben al dood‘, zei hij soms, ‘alleen mijn lichaam is er nog'”. Als ik bij hem wegfietste, voelde ik me altijd bedrukt’ (…) ‘Ik wist dat hij aan euthanasie dacht, maar ik wist niet dat het zó snel zou gaan. Hij was vastberaden begonnen aan gesprekken met de euthanasie-arts. Heel dubbel, ik wilde niet dat hij zou gaan, maar ik begreep hem tegelijkertijd heel goed.’

‘De buren zijn mijn familie en jij bent mijn vriend.‘

Bijna enthousiast

Op de avond voor de euthanasie bezoekt Boaz meneer Bouwstra samen met Ard ten Brinke van Hart voor Zwolle. ‘Het was zo’n raar idee dat hij er de volgende dag niet meer zou zijn. Maar hij was zelf bijna enthousiast dat het zou gaan gebeuren, en daardoor voelde ik me ook wat minder bedrukt. Als afscheid had ik een brief geschreven waarin ik zijn leven beschreef. Om hem, op die laatste avond, de erkenning te geven waar hij zo naar snakte. Toen ik die had voorgelezen hield hij heel lang mijn hand vast.’ Dan fietsen hij en Ard weg.

De brief die hij aan meneer Bouwstra voorlas, draagt Boaz ook voor tijdens de crematie. Die wordt door precies vijf mensen  bijgewoond: het buurechtpaar, de werkster, Ard ten Brinke en hijzelf. Hij denkt aan wat meneer Bouwstra kort voor zijn sterven tegen hem zei: ‘De buren zijn mijn familie en jij bent mijn vriend‘.

Lees hier het hele artikel in het Algemeen Dagblad.

Bekijk ook