An ter Maat (84) zag haar vader en broer nooit meer terug na de razzia in Putten

Nog maar acht was ze, op die eerste dag van oktober 1944. Duitse soldaten omsingelden het Gelderse dorp Putten, waar An ter Maat (nu 84) woonde. Alle mannen tussen de 18 en 50 jaar moesten mee, waaronder haar vader en broer. Ze zag ze nooit meer terug.

‘Op die bewuste zondagochtend speelde ik buiten in de tuin’, vertelt An ter Maat (1936) in het boek ‘De Laatste Getuigen. Vijftien Nederlanders over de oorlog die hun leven stempelde‘, gemaakt door de reactie van EO Visie. ‘Geen idee hoe laat het was, maar ineens zag ik mijn vader lopen.’

Hij had zijn zondagse grijze gleufhoed op en liep de tuin door, de weg op. An holde hem achterna; waar ging hij heen? ‘Ik wandelde een stukje met hem op, het was druk op straat. Tot hij halverwege zei: “Meidje, je moet terug”. Zo zei hij dat. Niet wetend dat we elkaar nooit meer zouden zien.’

Broer

‘Mijn broer Peter is ook opgepakt, al heb ik hem niet weg zien gaan. Samen met zijn neef uit Amersfoort was hij dat weekend bij onze oma. Ook mijn oom was daar. Alle drie zijn ze bij oma opgepakt. Mijn broer en neef waren beiden 17. Officieel te jong, maar zij hadden geen identiteitsbewijs bij zich om dat te bewijzen.’

Alle mannen moesten ’s nachts in de kerk en de daarachter gelegen openbare school blijven. ‘Op dat moment werd de sfeer in het dorp paniekerig. Niemand wist wat er zou gebeuren. Pas de volgende ochtend kwamen de mannen naar buiten, omringd door Duitse soldaten, die hun geweer op de mannen gericht hielden. Ze moesten marcheren naar het station.’

An ter Maat vader

De vader van An ter Maat

Overleden

Een aantal weken na de oorlog kwam het bericht dat 611 van de 659 mannen waren omgekomen; er keerden er maar 48 levend terug. ‘Dominee L. Kievit, een jonge predikant destijds in Putten, kwam samen met de bakker op een avond op bezoek om het te vertellen. We zaten met z’n allen aan de eettafel, alleen broer Jaap was er niet bij. Ze brachten het bericht van het Rode Kruis dat mijn vader op 10 januari 1945 in Neuengamme was overleden.’

‘Dat was een grote schok; we wilden en konden het niet geloven. Er stond nog een regel onder: “Uw zoon Peter is als vermist opgegeven.”. Dit laatste zinnetje maakte dat mijn moeder lang heeft gehoopt dat Peter toch terug zou komen.’

Vergeving

Ze is lang boos geweest op God. Pas vele jaren later kon ze dat loslaten. ‘Dat was op het moment dat ik letterlijk voor Hem op mijn knieën ging. Al mijn boosheid en angst smolten weg als sneeuw voor de zon. Ik heb er niet eens om hoeven vragen. Maar ik moest wel op mijn knieën.’

Ze glimlacht: ‘Had ik dat maar eerder gedaan. Sindsdien ben ik zo’n blijmoedig christen. En er is nooit meer iets van die boosheid teruggekomen. En ja, ik heb de Duitsers vergeven. Dat kan ik met de hand op mijn hart zeggen. Maar dat heeft wel even geduurd, hoor.’

Vanavond vertelt An ter Maat haar verhaal in Ik mis je herdenkt, 17.45 uur op NPO2. 

Lees het hele interview bij EO Visie. 

Beeld: Ruben Timman

Bekijk ook