
'Ik dacht: als ik bid, staat hij weer op, maar mijn vader bleef dood'
'De begrafenis was massaal en ik stond daar verloren'
Leestijd: 10 min

'De begrafenis was massaal en ik stond daar verloren'
Leestijd: 10 min
Donna is zeven als haar vader plotseling op straat overlijdt. Tot die dag lijkt haar leven veilig en vertrouwd: haar vader is dominee en zendeling, een gerespecteerd man aan de bijbelschool in Kameroen waar hij directeur is. Thuis is het gezin gelukkig en haar moeder is zwanger van het vierde kind. Dan valt alles stil. Donna blijft achter met een kinderlijke overtuiging die haar nog even overeind houdt: als ze bidt, zal haar vader opstaan. Maar dat gebeurt niet.
Donna is zeven als het pijpenstelen regent. Ze weet wat dat betekent: haar vader haalt haar van school met een paraplu. Een vaste familietraditie waar ze van geniet. Maar die dag is er niemand aanwezig als ze uit school komt. Ze snapt het even niet, wacht een tijdje en loopt uiteindelijk naar huis, in de regen. Onderweg komt ze haar moeder tegen, op een heuvel, tegenover het ziekenhuis. Zonder omweg vertelt ze Donna: ‘Je vader ligt in het ziekenhuis en het gaat niet goed.’ Als kind denkt Donna nog: het zal wel, het komt vast goed.
Niemand vroeg hoe het met mij ging
Maar kort daarna zegt haar moeder ineens: ‘Je vader is dood. Hij ligt thuis en je moet afscheid nemen.’ Die dag staat in haar geheugen gegrift. Het is een ervaring die haar voor de rest van haar leven bijblijft. Zeker omdat het in die tijd niet gebruikelijk is om aandacht te geven aan rouw bij kinderen. “Mijn moeder heeft me geen moment gevraagd hoe het met mij ging. Alles ging gewoon door. Het was mijn eerste confrontatie met de dood.”
De begrafenis was massaal en ik stond daar verloren
De uitvaart van de vader van Donna is een spektakel. Het hele dorp is er. De straten zijn afgezet. Donna herinnert zich: “Te midden van dit circus, waar iedereen naar ons keek en ons zielig leek te vinden, vroeg niemand mij hoe het met míj ging. Ik voelde me eenzaam en verloren.”
In de dagen voor de uitvaart ziet Donna haar overleden vader. Hoewel ze eigenlijk niet wil. Maar aangespoord door haar moeder, gaat ze toch kijken. Achteraf denkt ze dat het zien van haar overleden vader belangrijk was. Al was het ook een ingrijpende ervaring, met weinig begeleiding.
“Ik heb mijn vader in zijn kist gezien. Na 34 jaar weet ik nog precies hoe hij eruitzag. Het leek alsof hij sliep. Ik ben opgegroeid als domineeskind met het bijbelverhaal van Lazarus. Daarom geloofde ik dat mijn vader zou opstaan als ik bad. Net als Lazarus. Zo denkt een 7-jarige. In die dagen voor zijn uitvaart, en tot het moment van de begrafenis, dacht ik dat hij zou opstaan.”
Voor Donna was dat zo logisch dat het nog niet helemaal doordrong dat haar vader dood was. Echt dood.
Als haar vader maar niet opstaat en zelfs begraven wordt, maakt ze de teleurstelling van haar leven mee: “Het voelde alsof het licht werd gedimd in mijn hoofd, de wereld leek vanaf toen minder helder. Mijn kinderfantasie en mijn geloof dat God altijd geneest als je bidt was ineens weg. Ik dacht: ik wil niets meer te maken hebben met God en Jezus! Ik was woedend. Na alles wat ons gezin voor God en zijn missie heeft gedaan, laat hij ons in de steek!”
De moeder van Donna is hoogzwanger als haar man overlijdt. Een aantal maanden na de geboorte van de baby, emigreert het gezin terug naar Nederland. Een logische keus omdat ze daar familie hadden en Donna’s moeder had er eerder gestudeerd voor zendingswerk. Maar het is voor het hele gezin een ingewikkelde switch. Van een land waar de zon altijd schijnt en waar vader en het hele gezin van veel aanzien genieten, is ineens weinig over. “We waren niemand. Er was geen zon, geen kleur, geen leven meer op straat, weinig bekenden om ons heen. We waren alles kwijt.”
Donna’s moeder raakt in die periode in een diepe depressie en kan niet goed voor Donna zorgen. Gelukkig wordt het gezin in het begin redelijk opgevangen onder andere door een aantal gezinnen van Jeugd met een Opdracht en basisschool Morgenster waar Donna haar hartsvriendin Tjerkje ontmoet. Maar voor Donna’s moeder is de overgang heel zwaar. “Ik ben haar in die periode kwijtgeraakt. Achteraf gezien merk ik dat ik mezelf heb opgevoed. Maar ik was in mijn eerste zeven levensjaren wel veilig gehecht. Ik denk dat dat eraan heeft bijgedragen dat het uiteindelijk goed met me is gekomen."
Tijdens mijn studie kwam ik mijn eigen verdriet tegen
Donna ontwikkelt in de loop der jaren door deze moeilijke ervaringen een sterk interesse voor sociale vakken. Ze gaat uiteindelijk SPH studeren. “Tijdens mijn studie kwam ik mijn verdriet tegen, en mijn trauma rond het overlijden van mijn vader. Met bloed, zweet en tranen heb ik daaraan gewerkt en uiteindelijk mijn diploma behaald. Dat is voor mij het begin van mijn eigen proces binnen rouw- en traumatherapie geweest.”
Sommige mensen dragen bijzondere energie en licht in zich, Zoë was zo iemand
Na haar studie gaat Donna werken bij de tbs-kliniek, eerst bij volwassenen, en daarna maakt ze de keuze om in een kind- en jeugdkliniek te gaan werken. Het ondersteunen van gezonde ontwikkeling en veiligheid bieden, daar ligt echt donna’s passie. “Als hulpverlener met jongeren kun je niet nep doen. Alleen authenticiteit werkt, want ze hebben je direct door.”
In de jeugdkliniek ontmoet Donna veel bijzondere mensen; Zoë, een jonge vrouw van 17, is daar een van. Ze is daar vrijwillig opgenomen, maar kan haar draai niet vinden. Ze had permanent het gevoel daar niet bij te horen. “Zoë was bang haar rechtenstudie en gewone leven na de opname niet meer te kunnen oppakken. Ik geloofde oprecht dat het zou lukken en bemoedigde haar. We hadden vanaf het begin een bijzondere klik.”
Wat ik zo mooi vond is dat ondanks alle klappen die ze van het leven had gekregen en de vele therapieën die ze gevolgd had, ze niet verbitterd was, maar zacht. Ze droeg licht in zich. Met haar heb ik de betekenis van professionele nabijheid in mijn werk geleerd.”
Als haar opnametraject ten einde loopt, verlaat Zoë de jeugdkliniek. Het contact tussen Zoë en Donna stopt doordat de werkrelatie is beëindigd. Jaren later zoekt Zoë contact op via LinkedIn. Ze is verdergegaan met haar rechtenstudie en wil dat met Donna delen. Ze vraagt zich af of Donna haar nog kan herinneren. “Je kon Zoë niet vergeten. Dat bericht werd het begin van een heel bijzondere vriendschap, waarin bewust herhaaldelijk gesproken werd over gelijkwaardigheid in het contact en het feit dat ik absoluut niet de rol van hulpverlener had in haar leven. Ze had een bijzondere energie en je kon niet anders dan van haar houden. Terwijl ze zo beschadigd was in haar jeugd.”
Iemand vroeg haar: 'Heb je weleens aan euthanasie gedacht?'
Zoë heeft veel therapieën gevolgd en heeft menig behandeling geprobeerd. Maar haar geheugen, depressie en gezondheid in het algemeen werden er niet mee geholpen. Op een gegeven moment vraagt iemand dichtbij haar: “Heb je ooit gedacht om euthanasie aan te vragen?”
“Toen ik dat hoorde, was ik erg verdrietig. Nee, ze had daar niet aan gedacht, want ze had een grote levenslust. Maar op dat moment werd een zaadje in haar geplant: wil ik zo leven? Ze kon het niet meer opbrengen.”
Zoë gaat uiteindelijk het euthanasietraject in. Donna bidt zo hard als ze kan dat ze het toch niet doet. “Ik heb gesmeekt en gebeden: doe iets, God. Houd haar in leven. Aan het einde van haar leven bad ik dat God haar genadig zou zijn.”
Wat zij heeft betekend, verdwijnt niet
Dan wordt aan Zoë euthanasie verleend. Een paar dagen eerder hebben zij en Donna een prachtig gesprek. “We hebben samen een mooi eindgesprek gehad. Ze noemde mij een lichtbaken voor haar tijdens donkere momenten. In die tijd had ik weer houvast gevonden in mijn geloof. Ik geloof dat Zoë toch iets van Gods licht zag, dat door mij heen scheen. Maar ze kon het niet meer opbrengen om zo te leven. Tegelijk konden we samen concluderen dat haar leven hier ellendig is geweest, maar dat wat zij heeft betekend niet verdwenen is. Dat voel ik tot de dag van vandaag nog.”
De dood lijkt een rode draad door mijn leven, nu snap ik beter waarom
Van jong af aan, sinds de dood van mijn vader, heb ik veel mensen verloren. Ik verloor ook recent een goede kennis door femicide en een andere vriendin door suïcide. Ik heb veel mensen zien heengaan in de loop der jaren. Het voelde alsof de dood aan mijn leven plakte. Meer dan anderen misschien. Maar laatst gaf mijn broertje aan dat wij ons door ons eigen verleden onbewust verbonden voelen met mensen die het moeilijk hebben. Met mensen die vanuit trauma keuzes maken, of in situaties terechtkomen die tot de dood kunnen leiden. Trauma en dood zijn met elkaar verbonden.”
Na de geboorte van mijn eerste kind, leek het licht dat gedoofd was na de dood van mijn vader, weer aan te gaan
Donna werkt al jaren in de hulpverlening en volgt momenteel een opleiding voor rouw- en verliestherapie. Zelf heeft ze jarenlang gewerkt aan de trauma’s rond de dood van haar vader. “Iedere rouw is anders en verdient eigen aandacht. En het is belangrijk om aan onze eigen trauma’s te werken zodat we ze niet levenslang meeslepen.”
Ook haar beeld van God is in de loop der jaren veranderd. De boosheid die ze na de dood van haar vader lange tijd voelde, maakte langzaam plaats voor het besef dat God er altijd is geweest, ook toen zij Hem afwees. “Ik geloof dat Hij mij voor veel heeft en op belangrijke momenten bijzondere mensen op mijn pad heeft gebracht, zonder dat ik dat toen doorhad. Ik heb een persoonlijke band met Hem opgebouwd. Inmiddels weet ik dat Hij mij een vrije wil heeft gegeven. Ik accepteer dat ik het met mijn beperkte mensenverstand een aantal dingen nooit zal begrijpen. Ik hoef het er niet altijd mee eens te zijn, maar ik geloof wel dat God er is en ons geeft wat we op dat moment nodig hebben.”
In 2020 krijgt Donna haar eerste kind, een zoon. “Toen IJsbrand op mijn borst werd gelegd, voelde ik sterk Gods aanwezigheid. Ik voelde warmte. Het licht dat bij de dood van mijn vader was gedoofd, ging weer aan.
Mijn dochter is vernoemd naar mijn vriendin Zoë
Veertien maanden later is mijn dochter Mariah Zoë geboren. Ze is vernoemd naar mijn vriendin Zoë. Zoals haar moeder tegen mij zei bij haar uitvaart: ‘Ze hield heel veel van jou en je was heel belangrijk voor haar.’ Dat is geheel wederzijds. We zijn er voor elkaar geweest, en wat zij hier op aarde heeft betekend, leeft voort.”
Geschreven door Anne Christine Girardot

Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.