Daan Westerink | Schuldig voelen is niet schuldig zijn

Rouw en schuldgevoel gaan vaak hand in hand. Want wat had je kunnen doen om het overlijden te voorkomen? Of waarom heb je niet gezegd wat je nog had willen zeggen? Daan Westerink herkent het probleem en legt uit hoe schuldgevoel werkt.

Ik voel me zo schuldig

“Ik voel me zo schuldig”, zegt Anna (19). “Zijn vorige hartaanval was nog maar een maand geleden. Eigenlijk moest er altijd iemand bij papa zijn. Maar hij wilde zo graag even alleen zijn en voelde zich die dag erg goed. ‘Ga maar even naar je vriendinnen schat, je hebt ze zo lang niet gezien’, zei hij. Ik weigerde, maar een uur later zei hij het weer. ‘Laat me even lekker een film kijken in mijn eentje. Je haalt iedere dag toch ook boodschappen voor me? Nou dan. Wat kan er nou gebeuren. Ik zie je straks weer.’ En dus ging ik.

“Het is echt mijn schuld Daan, ik had hem niet alleen moeten laten.”

Als Anna twee uur later thuis komt, is haar vader niet in de woonkamer. Ze loopt naar boven en vindt hem in zijn slaapkamer. Op bed. Hij ademt niet meer. “Ik heb direct de ambulance gebeld. Maar het was al te laat. Waarschijnlijk is hij een uur nadat ik weg ben gegaan overleden, zei de arts. Het is echt mijn schuld Daan, ik had hem niet alleen moeten laten.”

Anna huilt met diepe uithalen. Haar lieve vader, die zo trots op haar was, overleed in zijn eentje aan een hartstilstand. “Ik heb het gevoel dat ik hem in de steek heb gelaten. Als ik niet weg was gegaan, had hij misschien nog geleefd.”

De mensen om haar heen zeggen allemaal dat ze zich niet schuldig hoeft te voelen. Maar dat helpt niet. Wat wel helpt? Haar laten praten. Over haar schuldgevoel en over haar vader.

Wat had ik kunnen doen?

Ik vertel Anna dat ik ooit ook zo overrompeld was. Door de plotselinge dood van mijn vader. Ook hij overleed geheel onverwachts. Na de begrafenis zei een vriend van hem: ‘Je vader zag wel erg blauw, die laatste weken. En hij was best vaak benauwd. Maar ja, hij wilde niet naar de dokter. Wat ik ook zei. Heb jij hierover ook met hem gepraat?’

Ook bij mij kwam toen heel even een soort schuldgevoel naar boven. Had ik hem niet naar de dokter moeten sturen? Ik heb het er wel met mijn vader over gehad. Maar ook naar mij luisterde hij niet. Had ik aan moeten dringen? Had ik iets kunnen voorkomen?

Anna kijkt me aan. ‘Hoe kon je daar in hemelsnaam mee leven, met het gevoel dat je je vader misschien had kunnen redden?’

Ik vertel haar dat ik na een week de longarts van mijn vader heb gebeld. “Mijn vader was een paar jaar voor zijn dood behandeld voor longkanker en ik wilde van zijn longarts weten of hij een verklaring had voor de plotselinge dood van mijn vader. En of ik iets had kunnen doen.

Die man was zo open, echt geweldig. Hij pakte het dossier van mijn vader erbij en legde me heel rustig uit dat de behandelingen van mijn vader heel zwaar zijn geweest. Zijn longen zijn bestraald, maar in die tijd konden ze dat nog niet zo gericht doen. Zijn hart heeft toen ook de volle lading gekregen. Volgens de longarts was er absoluut een verband tussen de hartstilstand van mijn vader en de eerdere bestraling van zijn longen. ‘Het is echt een wonder dat hij het nog zo lang heeft volgehouden’,  zei hij. ‘Jij had echt niets kunnen doen om dit te voorkomen.’

De tijd terugdraaien

‘En, hoe ging het daarna met je schuldgevoel?’, vraagt Anna. Ik vertel haar dat dit gevoel heel langzaam verdween. Ik had natuurlijk veel liever gehad dat hij nog een paar jaar had geleefd. En wat was het fijn geweest als hij wel naar de dokter was gegaan. Maar ik kon na het gesprek met de dokter wel tegen mezelf zeggen dat het niet mijn schuld was.

Anna vertelt dat haar vader al jaren ernstig ziek was. Hij zat te wachten op een niertransplantatie, maar dat kon nog jaren duren. Hij leefde echt op een tijdbom, had een arts gezegd. Maar ja, als zij thuis was geweest, dan was het misschien goed gekomen.

“Wat zou jij het liefste doen als je de klok terug zou kunnen draaien?’, vraag ik haar. ‘Dan was ik natuurlijk niet naar die vriendin gegaan. Dan was ik bij hem gebleven. Dan had ik hem honderd keer verteld hoeveel ik van hem hou. En dan was hij niet alleen geweest toen hij die harstilstand kreeg.’ Dan breekt haar stem. “Dat vind ik het allerergste. Dat hij alleen was. Zo’n lieve man. En dan alleen sterven. Verschrikkelijk. Ik zou inderdaad ook heel graag van zijn arts willen weten of ik iets had kunnen doen voor hem, als ik bij hem was geweest.”

Geef schuldgevoel de ruimte

Schuldgevoelens kun je niet wegnemen door te zeggen dat iemand niet schuldig is. Als iemand erover begint, laat hem of haar dan vertellen. En stel de ‘Wat zou je doen als..’ vraag gerust.. Als Anna mag vertellen over haar schuldgevoelens, als ze mag vertellen wat ze graag over had willen doen en als ze vragen mag stellen aan iedereen aan wie ze vragen wil stellen, dan kan ze heel langzamerhand het verhaal over de dood van haar vader opnieuw inkleuren.

“Probeer niet iemand te sussen met de opmerking ‘ach, het is jouw schuld toch niet.’”

Haar schuldgevoel is eigenlijk een wanhopige zoektocht naar het ontbrekende antwoord op de vraag: had ik iets kunnen doen om zijn dood te voorkomen. Als zij die vraag mag stellen, kan het verdriet eventjes hoger oplaaien. Niet fijn om mee te maken, ook niet voor de omgeving. Maar als ze de antwoorden krijgt, dan zal de rust op den duur waarschijnlijk weer terugkeren. En dan komt ze toe aan haar verdriet, dan pas kan ze leren omgaan met het verlies van haar vader. Het is als klein vuurtje. Als je die voorzichtig probeert te dempen, gaat hij ondergronds verder als een heidebrand. Maar laat je het vuur hoog oplaaien, dan gaat deze vanzelf weer uit.

Geef aanwezige schuldgevoelens dus vooral alle ruimte als iemand erover begint. Probeer niet iemand te sussen met de opmerking ‘ach, het is jouw schuld toch niet.’ Moedig iemand vooral aan om op zoek te gaan naar antwoorden.

Op zoek naar antwoorden

Maar hoe werkt dat nou als iemand echt schuldig is? Hoe ga je daar dan mee om?

Ik moet denken aan de arts die tijdens een symposium vertelde over haar schuldgevoel. Ze had een stel dat een kindje verwachtte niet durven vertellen dat hun dochtertje na de bevalling niet lang zou leven. Ze wilde de aanstaande ouders niet alle hoop ontnemen. Dus vertelde ze dat er een heel kleine kans was dat hun dochtertje geopereerd zou kunnen worden. Nadat het meisje geboren werd, leefde ze maar een paar uur. De ouders waren ontroostbaar. En woedend. Tot haar grote verbazing klaagden ze de arts de volgende dag al aan. Dat snapte ze niet. Ze had ze toch verteld dat de kans heel klein was dat hun dochtertje zou blijven leven?

“Ze wilde de aanstaande ouders niet alle hoop ontnemen.”

Gelukkig durfde ze de confrontatie met de ouders aan. Die vertelden haar dat ze zich geheel vastgehouden hadden aan die kleine kans op leven. En dat ze boos waren omdat zij niet eerlijk was geweest. Ze hadden veel liever de waarheid gehoord. ‘Dat was de belangrijkste les van mijn leven. Het redden van levens is heel belangrijk voor artsen. Maar ik heb moeten leren dat eerlijkheid nog veel belangrijker is. Eerlijk antwoord geven op vragen van ouders. Door deze ervaring ben ik een andere dokter geworden. Een betere dokter. En ik zie dat dit ook mijn collega’s beïnvloed heeft. Ik heb de ouders dit later ook gemaild, en zij waren hier erg blij mee. Daardoor verdween mijn schuldgevoel.’

Er zijn gelukkig steeds meer artsen zoals zij, heel langzamerhand durven zij hun ongenaakbaarheid te laten varen. Zich kwetsbaarder op te stellen. Het zijn immers ook net mensen. En gelukkig zijn er ook steeds meer mensen zoals Anna, die het aandurven om te vertellen over hun schuldgevoel. Ik wens haar en alle andere nabestaanden een omgeving toe die het aandurft naar die gevoelens te luisteren. En die ze aanmoedigt op zoek te gaan naar antwoorden op aanwezige vragen.

Bekijk ook