Blog Reina | Een vrolijk kind val je niet lastig met de dood. Of juist wel?

Reina is zes jaar als haar moeder overlijdt. Als jongste uit een gezin van zeven kinderen dat achterblijft met hun vader, doet ze haar best het leven zonder moeder op te pakken. Pas als ze eind twintig is en vastloopt met zichzelf, ontdekt ze dat ze niet echt gerouwd heeft. Nu vraagt Reina zich af: had dat ook anders gekund?

Schoolplein

Het is een warme dag in april. Op mijn racefiets maak ik een rondje in het dorp waar ik opgegroeid ben. Ik fiets de straat in waar mijn vroegere basisschool staat. Ik stop bij het hek van het kleuterplein. Zo te zien is er weinig veranderd. Het plein lijkt hoogstens minder groot dan in mijn herinnering. Mijn gedachten dwalen af naar hoe ik hier als kleuter rondrende. Hoe mijn moeder vanzelfsprekend bij het hek stond om mij op te halen uit school. Tot de laatste schooldag van groep twee, toen mijn moeder  overleed. Ze zou er nooit meer staan om mij op te halen.

‘Een vrolijk kind wil je toch niet lastig vallen met de dood?’

Als mijn moeder op 47-jarige leeftijd overlijdt aan de gevolgen van borstkanker, ben ik nog maar zes jaar oud. Opeens staat mijn vader er alleen voor met een gezin van zeven kinderen.

Ik groei op in een omgeving waarin iedereen weet dat ik geen moeder meer heb. Thuis is mijn moeder onderwerp van gesprek, buitenshuis zegt bijna niemand er iets over. Dat is vast met de beste bedoelingen gegaan. Een vrolijk kind wil je toch niet lastig vallen met de dood? Maar het zwijgen van mijn omgeving heeft mijn ontwikkeling in die tijd beïnvloed. Hoe minder er gezegd werd, hoe meer ik mijn verdriet wegstopte. De omgeving zweeg, dus deed ik dat ook. Had dat niet anders gekund?

Hoe een kind rouwt

Om die vraag te beantwoorden is het nodig om te weten dat een kind anders rouwt dan een volwassene. Waar een volwassene vaak intens rouwt in de eerste periode na het verlies, wisselt een kind af tussen rouw en het gewone leven. Het ene moment is het verdriet sterk aanwezig, het andere moment speelt het kind weer vrolijk verder.

Een kind heeft een basis nodig van waaruit het af en toe het verdriet kan toelaten. Niet alleen in de eerste periode na het overlijden van de ouder, maar gedurende de hele kindertijd. Het gemis van een ouder komt elke keer in een andere gedaante terug. Soms heel duidelijk, bijvoorbeeld op de verjaardag van de overledene. Andere keren subtieler, bijvoorbeeld als het kind liever geen vadertje en moedertje speelt. Het is belangrijk dat de omgeving dit opmerkt, zodat zij het kind kunnen helpen hiermee om te gaan. Dit is een proces dat steeds doorgaat.

‘Een simpele vraag zoals: ‘Denk je nog wel eens aan mama?’ had voor mij een wereld van verschil gemaakt.’

Hoe had de omgeving mij kunnen helpen? Niet door terughoudend te zijn, maar juist dichtbij te zijn. Dat kan in allerlei vormen. Een simpele vraag zoals: ‘Denk je nog wel eens aan mama?’ had voor mij een wereld van verschil gemaakt. Het had ook gekund door samen een tekening voor mijn moeder te maken. Een kaarsje voor haar te branden in de klas. Door herinneringen aan haar op te halen of simpelweg te benoemen dat ze gemist wordt. Het zou me ruimte hebben gegeven om te delen wat er in me omging. Ik had geweten dat ik gesteund werd door mijn omgeving.

Musical

Terwijl ik nog in gedachten verzonken bij het kleuterplein sta, denk ik ineens aan de musical in groep acht. Een blij en verdrietig moment tegelijk. Ook deze gebeurtenis zou mama niet meemaken. Aan het einde van de avond sprak de moeder van een vriendinnetje mij aan. ‘Wat zou je moeder dit mooi hebben gevonden,’ zei ze. Ik werd warm vanbinnen. Ik glimlachte. Er was dus toch iemand die aan haar had gedacht. Troost zit hem in de kleine dingen.

Bekijk ook