Daan Westerink | Rouw na euthanasie

Rouwdeskundige Daan Westerink maakte het zelf mee: hoe na de dood van haar moeder ze niet goed kon rouwen. De manier waarop haar moeder stierf, door euthanasie, werd een obstakel in haar rouwproces. Daan pleit voor meer begrip en steun na verlies – onafhankelijk van de manier van sterven.

Mijn moeder

Ze zeggen wel eens dat je eerst iets meegemaakt moet hebben voordat je je er een voorstelling van kunt maken. Dat het altijd anders is dan dat je dacht. En dat is ook zo. In ieder geval met euthanasie. Want hoe leg je in hemelsnaam aan een ander uit wat het met je doet als je na een helse strijd het leven een doodziek lichaam ziet verlaten, hoe dat zo geliefde lijf lijkt te ontspannen. Er eindelijk een einde aan alle pijn komt. Je kunt naar woorden zoeken, maar je vindt ze niet.

16 februari 1983. In het Amsterdamse Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis zit ik samen met mijn vader en broer aan het sterfbed van mijn moeder. In de dagen ervoor is haar door kanker geteisterde lichaam zo verzwakt en de pijn zo ondraaglijk, dat de artsen na overleg met mijn ouders besluiten de dosis morfine te verhogen. De dood zal niet lang meer op zich laten wachten. En niet alleen mijn vader, ook mijn broer en ik, 17 en 14 jaar oud, mogen daarbij aanwezig zijn. Heel langzaam en vredig glijdt ze het leven uit. Dankbaar zijn we dat we haar tot het einde toe mogen begeleiden. Zij, die mijn broer en mij het leven heeft gegeven, moet nu haar leven loslaten.

We houden haar handen vast en onze adem in als zij haar laatste adem uitblaast. Zeggen vervolgens even helemaal niets. Ze is overleden. Dood. Haar leven en vooral alle pijn. Voorbij. Ik aai haar zachte wangen. Haar frêle lijf is nog warm, haar glimlach zacht. Ik doe mijn ogen dicht. Het voelt alsof ik aan mijn voeten naar beneden word getrokken in een grote krater, mijn armen en benen tintelen. En dan voel ik de armen van mijn vader en broer. We kijken elkaar aan en knikken. En kijken dan weer naar mama.

Discussie over euthanasie

En heel eventjes, daar in die kleine kamer op de vierde verdieping, voelt het magisch. Onuitstaanbaar veel verdriet, maar ook dankbaarheid. Dat wij bij haar sterven zijn geweest. Dat ze niet alleen was, dat wij samen met haar naar de drempel van het leven zijn gelopen. Dat ze zonder pijn is gestorven al is ze nog maar 41 jaar. Moeder van twee kinderen, partner, dochter, zus, vriendin. Liefste buurvrouw.

Die dankbaarheid verdwijnt naar de achtergrond als ik de gewone wereld weer betreed. Was het ziekenhuis een warm bad, met liefdevolle artsen, geestelijk begeleiders en verpleegkundigen, de buitenwereld heeft soms onverwachts een keihard oordeel klaar. We verliezen het contact met de familie van mijn moeder. Kunnen elkaar niet goed vinden in het land van rouw. En er barst een discussie los over euthanasie. En die discussie doet pijn.

Officieel mag het namelijk niet, wat de artsen deden. Mijn moeders dood bevindt zich in een schemergebied. Zonder de morfine had ze langer geleefd, zij het met heel veel pijn. Is er daardoor sprake van euthanasie? Van het opzettelijk beëindigen van een leven? Er blijken mensen te zijn die daar heel veel moeite mee hebben, ook als het gaat om mensen zoals mijn moeder. Voor mij wordt het jarenlang een beetje taboe om al te openlijk te vertellen hoe mijn moeder precies is gestorven. En dat doet pijn, het verstoort mijn rouw. Zoals alle obstakels een rouwproces lastiger maken, voor alle nabestaanden.

Euthanasie als traumatische gebeurtenis

Inmiddels is de dankbaarheid terug. Omdat er zoveel mensen voor ons zijn geweest in die moeilijke tijd. Omdat mijn moeder nog de tijd heeft gehad om heel uitgebreid haar levenslessen over te dragen aan mijn broer en mij. Dat ze heeft kunnen praten met de ziekenhuispastor, dat hij haar nog de zegen heeft gegeven, en dat ze ook van hem eindelijk mocht gaan. Dat ik als jong meisje bij haar sterven mocht zijn, dat we haar hebben begeleid, dat ik haar rustig het leven heb zien verlaten. Dat de verpleegkundigen ons daar zo goed op voorbereid hebben. Haar sterven was geen traumatische gebeurtenis.

Niet alleen de manier waarop een dierbare sterft is van belang. Hoe je daarop wordt voorbereid en de manier waarop de omgeving vervolgens reageert, dat is nog veel belangrijker.

Hoe anders was dat bij de studente die onderzoek doet naar de gevolgen van euthanasie op het rouwproces. Haar eigen ervaring was aanleiding voor nader onderzoek. Haar vader stierf een jaar eerder, aan de gevolgen van kanker. Toen duidelijk was dat hij niet lang meer te leven had, koos hij voor euthanasie. Het was zijn keus, en zij wilde haar vader ondersteunen bij zijn sterven aanwezig zijn. Wat niemand in het ziekenhuis echter vertelde, was dat ze erop voorbereid moest zijn dat het plotselinge sterven haar kon overvallen. En dat deed het. Het ene moment zat ze nog naast haar lieve, rustige vader, het volgende moment zag ze een man in ademnood. Dat beeld krijgt ze maar niet van haar netvlies. Hebben andere nabestaanden daar ook last van, vraagt ze. Dat het plotselinge overlijden je overvalt, dat je daardoor zelf ook in paniek raakt? Dat die beelden je achtervolgen?

Niet kunnen rouwen na euthanasie

Dat laatste is cruciaal. Niet alleen de manier waarop een dierbare sterft is van belang. Hoe je daarop wordt voorbereid en de manier waarop de omgeving vervolgens reageert, hoe familie, de uitvaartleider en andere betrokkenen je ondersteunen. Dat is nog veel belangrijker. Want als er hobbels zijn rondom de uitvaart, als het sterven (bijvoorbeeld door euthanasie) anders gaat dan je had verwacht, dan kom je eigenlijk helemaal niet aan rouwen toe. Het maakt dan eigenlijk niet eens uit hoe iemand is overleden. Steun uit je omgeving, en een goede voorbereiding op wat er komen gaat, ook na het sterven, daar zou veel meer aandacht voor moeten komen. Zodat nabestaanden toekomen aan hun rouw.

Ik denk nog vaak aan de jonge weduwe met vier kinderen, die afscheid moest nemen van haar man. Ik ontmoette haar een maand na zijn overlijden. Hij had kanker en had geen kans meer op genezing. De huisarts probeerde er alles aan te doen zijn laatste weken wat te verlichten. Euthanasie wilde de familie niet, ze wilden thuis heel rustig de tijd hebben om afscheid te nemen. Het ging mis omdat de huisarts niet goed wist hoe hij de pijnbestrijding geleidelijk op moest voeren.  Haar man reageerde heel heftig op de medicatie. Ging dan weer hallucineren, dan weer leek het einde ineens nabij.

Drie keer hebben ze afscheid genomen, drie keer kwam hij toch weer bij kennis. Daardoor duurde het afscheid bijna een week, en nu, een maand later, had het hele gezin enorm veel moeite met het stervensproces. En met het feit dat de moeder van haar man zich opwierp als de enige nabestaande. Rondom de uitvaart was er heel veel ruzie geweest. Voor me zat een uitgeputte moeder. Die zo graag rust wilde. Maar die niet kon rouwen.

Zingeving na een overlijden

Rouwen is het zoeken naar een balans. Je verplaatst je op twee sporen. Het ene spoor is toekomen aan je verdriet, aan stil staan bij wat hij of zij voor je betekende. Een spoor van liefde en van gemis. Het andere spoor is er een van het weer oppakken van het leven zonder die geliefde ander. Een nieuw leven, met vrienden, met werk, met afleiding. En daar hoort vaak hernieuwde zingeving bij.

Zoals de moeder van een overleden dochter laatst tegen me zei: “Het leven van mijn dochter heeft zoveel zin gehad. Zij heeft zoveel toegevoegd aan ons leven en aan de wereld. Haar leven en haar liefde geeft mij de kracht om met nieuwe energie verder te gaan. Ik heb mijn leven omgegooid en doe nu iets waar ik heel veel energie uit haal. Ondanks al het verdriet kan ik verder. Sommige mensen snappen dat niet, denken dat mijn leven ook is opgehouden. Daarom vertel ik het alleen aan mensen die doorvragen, die echt willen weten hoe het gaat.”

Voorbereiding op het rouwen

De jonge weduwe, de studente, de moeder en ook ons gezin konden die eerste jaren eigenlijk niet zo goed rouwen. Door alle obstakels kwamen we niet zo goed toe aan stil staan bij het verdriet. Het betekende vooral stilstaan bij alles wat er zo mis ging rondom het overlijden. Daar kwamen heftige gevoelens bij naar boven, waardoor we de pijn diep weg stopten. Pas veel later kwam die naar boven. Heel erg jammer, want dan is de omgeving vaak heel verbaasd.

‘Ze is toch al twee jaar dood’, zei een docent tegen mijn vriendin van de middelbare school, toen ik huilend wegliep uit de les omdat een klasgenoot een spreekbeurt over kanker hield. ‘Nee hoor’, zei mijn vriendin. ‘Het is nog maar twee jaar geleden.’ Samen met nog twee vriendinnen verliet ook zij de les. Om mij te zoeken. Een uur hebben ze bij me gezeten. Mede dankzij die steun van mijn eigen omgeving, kwam ik langzamerhand toe aan het omgaan met het gemis. En dat gun ik andere nabestaanden ook.

Een goede voorbereiding op het overlijden betekent dat je niet wordt overrompeld door de dood en alles wat daarmee te maken heeft. Dat kan rust geven. Het is fijn dat artsen en andere hulpverleners zich daar steeds meer bewust van zijn. Een steunende omgeving kan er daarnaast voor zorgen dat je de balans weer kunt vinden. Hoe iemand ook is gestorven, geef nabestaanden de steun die ze nodig hebben. Of iemand nou is overleden na een lang ziekbed, na euthanasie, na zelfdoding of na een hartaanval, op jonge of oudere leeftijd – oordeel niet. Het gaat erom dat nabestaanden verder moeten leven zonder die geliefde ander. Sta pal naast ze. Laat ze niet alleen.

Bekijk ook