Als verdriet niet in het gelukkige plaatje past

Het leven ging Lisanne (30) voor de wind: ze timmerde aan de weg als freelance journalist, had een leuke vriend en ondernam van alles met haar vrienden. Toen werd haar moeder ziek. In ‘Je bent jong en je rouwt wat’ schrijft ze dat er geen plek is voor langdurige rouw in onze hedendaagse samenleving.

Waarom wilde je een boek schrijven over het verlies van je moeder?
‘Ik wilde eerst een handleiding schrijven, omdat ik daar zelf zo naar op zoek was. Ik wilde weten wat ik moest doen om niet meer verdrietig te zijn. Maar wat ik ontdekte, is dat iedereen rouwt op zijn eigen manier en tempo. Er is geen goed of fout. Toen dacht ik: ik kan wel laten zien hoe het kán zijn. Daarom laat ik mijn eigen rouw zien. Daarvoor moest ik met de billen bloot.’

Wat merkte je dan zelf? Werd je ontweken?
‘Nee, gelukkig werd ik niet ontweken. Daar heb ik echt geluk mee gehad. Mijn vrienden praatten en vroegen er veel over. Uit andermans verhalen weet ik dat het anders kan zijn. Dat het verdriet er niet mocht zijn en werd doodgezwegen.

Wel merkte ik een zweem ongemak. Dan werd het bijvoorbeeld stil als ik op een feestje binnenkwam. Dan dacht ik: praat maar gewoon tegen me. Ik ben nog steeds dezelfde Lisanne, maar dan verdrietig.

Ondanks fijne familie en vrienden, bracht het rouwen toch een beetje eenzaamheid met zich mee. En dat wil ik tegengaan. Zodat mensen die mijn boek lezen, zich misschien wat minder eenzaam voelen en iets minder gek.’

Wat bedoel je met ‘iets minder gek’?
‘Verdriet gaat ook een beetje samen met een soort gekte. Zo beschrijf ik in mijn boek dat mijn moeder op de zwarte markt altijd een foute onderbroeken kocht bij een bepaalde kraam. Na haar overlijden hing er nog een tasje met nieuwe exemplaren.

‘Verdriet gaat ook een beetje samen met een soort gekte’

Op een gegeven moment ben ik die gaan dragen op moeilijke dagen. Ik wil laten zien dat het normaal is dat je gekke dingen kan gaan doen. Tegelijk laat het ook zien hoe diep de liefde is.’

Iets anders geks: in je boek dat er geen ruimte is voor groot, langdurig verlies in de hedendaagse samenleving. Kan je dat uitleggen?
‘Sowieso is mijn generatie gericht op dingen op opbouwen. We zijn allemaal dertigers en willen huisje, boompje, beestje. Bij mij brokkelde het echt alleen maar af. Een jaar nadat mijn moeder overleed, ging ook mijn relatie uit.

Ik denk dat het belangrijk is om erbij stil te staan dat het leven niet alleen maar de bright side is die je op Instagram ziet. Rouw is net zo normaal als dat soort plaatjes.

‘Rouwende mensen zijn niet eng’

Ik wil dat er meer openheid over komt. Laten zien dat het gewoon al helpt om er af en toe naar te vragen. We doen met zijn allen zo ontzettend zwaar over rouw, terwijl het van zichzelf al zwaar genoeg is. Laten we er niet zo panisch over doen, het hoort er gewoon bij.

Rouwende mensen zijn niet eng. Iedereen krijgt vroeg of laat met verlies te maken. Ik wil dat we erover praten en ook laten zien dat er geen tijdslimiet ziet aan rouw.’

Waarom doen we alsof rouw er niet bij hoort?
‘We zijn allemaal erg gebrand op het streven naar geluk. Dat is het hoogst haalbare. En als we die sprankjes geluk bereikt hebben, delen we dat op sociale media. Ik was daar ook op gebrand na het overlijden van mijn moeder. Ik wilde dat verlies niet voelen.

Daarom wilde ik zo graag een handleiding: ik wilde weten wat ik moest doen om weer gelukkig te worden. Dat werkte niet, want die rouw stond in de weg. Door het streven naar geluk, werd ik nog ongelukkiger.’

Wanneer ging de knop om: ik moet het anders doen?
Er was niet zozeer een knop. Het eerste jaar ging met vallen en opstaan, uit angst voor de pijn durfde ik niet eens aan herinneringen te denken. Nog steeds durf ik niet naar foto’s en filmpjes te kijken, omdat het me confronteert met dat wat ik niet meer heb.

‘Door het streven naar geluk, werd ik nog ongelukkiger’

Wel heb ik een paar momenten gehad waarop ik dacht: dit werkt niet. Zo voelde ik na een halfjaar aan alles dat ik niet meer mee kon doen in het normale leven. Dan stond ik op een feestje en dacht ik: wat doe ik hier?’

Je beschrijft ook cliché-uitspraken van anderen. Wat kreeg je te horen?
‘Ja, die waren soms pijnlijk. Teksten als ‘Heb je het al een plekje gegeven’ of ‘Alles goed?’. Die laatste was toch wel het ergst. Tegelijk waren sommige uitspraken soms ook een reddingsboei, waar ik in mijn wanhoop aan vasthield. Dan zei iemand: ‘het kost tijd’, terwijl ik het gevoel had dat er geen morgen meer kwam. Maar aan de andere kant dacht ik: als zoveel mensen het zeggen, zal het wel waar zijn.

Soms geloof ik nog steeds niet dat mijn moeder weg is. Dan word ik wakker en denk ik: het is nog steeds zo. Ik denk dat ik het nooit helemaal kan beseffen. Ze is zo’n onderdeel van mijn leven, ze zit in mijn DNA en genen. We hebben een onlosmakelijk draadje, dat niet snel losgaat.’

Over het boek

Toen haar moeder overleed, dacht Lisanne van Sadelhoff (1989) als een typisch kind van haar generatie: er is vast wel een handboek met een helder stappenplan waardoor ik rouwen snel van mijn to-do-list kan schrappen. Guess what: dat was er niet. Wat er wel was: vrienden die zich prompt tot rouwdeskundigen ontpopten en haar liefdevol bombardeerden met wijsheden en clichés. Soms schrok ze van wat ze zeiden (‘Gelukkig heb je de herinneringen nog’), of was het simpelweg te pijnlijk (‘Ik hoop dat je moeder rustig is gestorven’ NEE!!!), een andere keer hielp zo’n opmerking haar juist de dag door te komen (‘Je moeder is elke traan waard’). Het cliché dat Van Sadelhoff kan onderschrijven: ‘Elk rouwproces is uniek’. Je bent jong en je rouwt wat is daarom geen handleiding, maar een goudeerlijk boek dat pijnlijk duidelijk maakt dat alles beter is dan zwijgen.

Je bent jong en je rouwt wat (2020), Lisanne van Sadelhoff, Das Mag Publishers

Beeld: Willemieke Kars

Bekijk ook